De fraaie landstreek Groene Wei
bestaat naast wei uit bos en hei
Het was hier altijd wondermooi
maar nu is het een pokkenzooi
Ik vraag me af wat dit beduidt
en zoek het tot de bodem uit
bestaat naast wei uit bos en hei
Het was hier altijd wondermooi
maar nu is het een pokkenzooi
Ik vraag me af wat dit beduidt
en zoek het tot de bodem uit
Het luie varken knort verstoord:
“Wat moeit een mens zich met ons oord?
Mijn leute is het modderbad
en als ik zin heb, neem ik dat
En vies? Wat dacht je van het bos!
Man, ga eens kijken bij die vos”
“Wat moeit een mens zich met ons oord?
Mijn leute is het modderbad
en als ik zin heb, neem ik dat
En vies? Wat dacht je van het bos!
Man, ga eens kijken bij die vos”
De sloddervos kruipt uit zijn hol,
het ligt er domweg barstensvol:
een kippenlijk, een hazenvel,
hij is bepaald geen rolmodel
“Mijn zicht”, stelt hij, “speelt hier een rol
denkt ook mijn goede vriend de mol”
het ligt er domweg barstensvol:
een kippenlijk, een hazenvel,
hij is bepaald geen rolmodel
“Mijn zicht”, stelt hij, “speelt hier een rol
denkt ook mijn goede vriend de mol”
De blinde mol kruipt naderbij
en blijkt ook niet van smetten vrij
Zijn gangenstelsel ruikt zo vies
naar kots en poep en mollenpies
“Het vuil”, klaagt hij, “ligt tot de nok
Och hielp hij maar, mijn buur de bok”
en blijkt ook niet van smetten vrij
Zijn gangenstelsel ruikt zo vies
naar kots en poep en mollenpies
“Het vuil”, klaagt hij, “ligt tot de nok
Och hielp hij maar, mijn buur de bok”
Reeds blaat de zondebok spontaan:
“Ik heb het zeker weer gedaan?
Van alles hier krijg ik de schuld
maar nou verlies ik mijn geduld!
Dus scheer je weg, verklede aap,
probeer je fratsen op dat schaap”
“Ik heb het zeker weer gedaan?
Van alles hier krijg ik de schuld
maar nou verlies ik mijn geduld!
Dus scheer je weg, verklede aap,
probeer je fratsen op dat schaap”
Het zwarte schaap is zeer gestrest
en blèrt: “Men mijdt mij als de pest
maar eist wel dat ik alles kuis
Ach wie verdient nou zo’n zwaar kruis?!”
Het arme beest lijkt levensmoe
dus vraag ik het maar aan de koe
en blèrt: “Men mijdt mij als de pest
maar eist wel dat ik alles kuis
Ach wie verdient nou zo’n zwaar kruis?!”
Het arme beest lijkt levensmoe
dus vraag ik het maar aan de koe
De stomme koe heeft geen repliek
(zij houdt niet zo van retoriek)
Zij graast en kauwt de hele tijd
terwijl zij alles onderschijt
Maar net voordat zij verder beent
verlegt haar blik zich naar de eend
(zij houdt niet zo van retoriek)
Zij graast en kauwt de hele tijd
terwijl zij alles onderschijt
Maar net voordat zij verder beent
verlegt haar blik zich naar de eend
De vreemde eend kwaakt: “Niets van aan!
Ik kom hier zelfs niet eens vandaan
Die troep is niet mijn pakkie-an,
al vind ik er dus wél iets van
Wij zeggen thuis in Eendenhoek:
“Voor elk probleem een onderzoek”
Ik kom hier zelfs niet eens vandaan
Die troep is niet mijn pakkie-an,
al vind ik er dus wél iets van
Wij zeggen thuis in Eendenhoek:
“Voor elk probleem een onderzoek”
“Zo’n onderzoek is gekkigheid
maar ach, zo win je weer wat tijd
En als men klaagt, zij opgemerkt:
“Er wordt echt héél hard aan gewerkt.”
Zo houden alle beesten hoop
al blijft de zaak op zijn beloop”
maar ach, zo win je weer wat tijd
En als men klaagt, zij opgemerkt:
“Er wordt echt héél hard aan gewerkt.”
Zo houden alle beesten hoop
al blijft de zaak op zijn beloop”
De eend weet veel van politiek
Zij kwekt en snatert energiek
en is daarbij zo welbekwaakt
dat men haar tot hun krooneend maakt
En alle beesten zijn nu blij
daar op het landgoed Groene Wei
Zij kwekt en snatert energiek
en is daarbij zo welbekwaakt
dat men haar tot hun krooneend maakt
En alle beesten zijn nu blij
daar op het landgoed Groene Wei
Dat geldt dus voor de arme luis
de stoeipoes en de pielemuis
Voor koele kikker, rijwielpad
de wurm die al die boeken vrat
de beunhaas en het kuddedier
het feestbeest en de kwaaie pier…
de stoeipoes en de pielemuis
Voor koele kikker, rijwielpad
de wurm die al die boeken vrat
de beunhaas en het kuddedier
het feestbeest en de kwaaie pier…
… de dolle stier, de kale kip
het proefkonijn met hazenlip
het raspaard en de bange wezel
en zelfs de o zo domme ezel
Het werd beaamd door ieder dier:
“Meneer, het is geweldig hier!”
het proefkonijn met hazenlip
het raspaard en de bange wezel
en zelfs de o zo domme ezel
Het werd beaamd door ieder dier:
“Meneer, het is geweldig hier!”
Het is nog lang niet proper daar
- dat onderzoek is nog niet klaar -
maar ach, wat maakt een mens zich druk,
de dieren stralen van geluk
Wat gaat mij ook hun rotzooi aan?
Ik moest maar eens op huis aan gaan
- dat onderzoek is nog niet klaar -
maar ach, wat maakt een mens zich druk,
de dieren stralen van geluk
Wat gaat mij ook hun rotzooi aan?
Ik moest maar eens op huis aan gaan
