“Het lichte vers,” sprak god, “staat ginds op aard
Nog niet bij ieder in een gunstig licht
Een ‘echte dichter’ vindt het minderwaardig

Dat doet mij pijn, want ik vind zo’n gedicht
Vermakelijk en meestal meer dan aardig
De maker staat bij mij dus in de gunst

Ik pik het niet dat critici hovaardig
Zo’n vers zien als een lage vorm van kunst
Zij zitten zelf juist veel te hoog te paard.

Zo lang zij nog zo’n oordeel durven geven
Zal ik die doctorandus laten leven.”

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De paden op, de lanen in

Kweek, zevenblad en woekerkruid
- Mijn tuin te krap voor hun bestaan -
Zijn op het oorlogspad gegaan.
Het buurvolk harkt en wiedt en spuit.
 
Ze lachen al die zwoegers uit.
Ze huppelen door die nette laan
Waar mensen met een vette baan
Tevreden wonen op een kluit.
 
Ze springen rond door buurmans hof.
Joechei, joechei, ’t is in de mei!
Geharkte aarde, dát wil groeien.
 
De buren, in hun oudste klof
Hebben geen dag meer onkruidvrij
Terwijl die plantjes heerlijk stoeien.