gebed
Albrecht Dürer: Biddende handen
 
Pas zeven en ik liet me al verleiden
tot eerste stappen op het brede pad
Ik zocht, al wist ik toen bij god niet wat
en liet me stiekem naar beneden glijden
 
Onder de banken, benen van de meiden,
mijn reine jongensziel werd flink beklad
Ik zag bij Jannie, die ik stil aanbad,
een onderbroek. Een grote rood gebreide
 
En in de avondschoot, niet uitgespeeld,
naar bed gedwongen, goedenacht gekust,
heb ik zo vaak mijn handen stijf gevouwen
 
en plechtig vroom, als vaders evenbeeld,
gebeden. En ik zuchtte heel bewust:
'Heer laat me alstublieft met Jannie trouwen!'
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Nieuwe laarzen

laarzen
Pixabay
 
Wat een rotweer is het buiten!
Ik ga nergens meer naar toe.
Regen klettert op de ruiten.
Zal ik de gordijnen sluiten?
Ik ben al die grauwheid moe.
 
Dag Opa, ik heb iets van mama gekregen:
twee lichtroze laarzen; ze zijn voor het kamp.
Ze hebben een week in de gangkast gelegen.
Nu mag ik ze aan doen, want nu is er regen
met heel grote plassen, waar ik hard in stamp.
 
Meisje, meisje, wat een mooie!
Opa wil ook wel zo’n paar.
Opa heeft nog ouwe rooie
die hij bijna weg wou gooien.
Wij gaan stampen met elkaar.