Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

kus
Flickr.com
 
Tweeduizend twintig werd met recht een kroonjaar
In China was iets ernstigs aan de hand
Al spoedig bleek ook in ons eigen land
Het groene monster explosief aantoonbaar
 
We gingen naar de anderhalve meter
Naar wel of niet een kapje voor je mik
Geen talkshow zonder Ernst of Diederik
En hoe dan ook, Ab wist het altijd beter
 
Kort na de eerste golf kwam nog een tweede
Het volk was het inmiddels meer dan zat
Toch moesten veel bedrijven nogmaals plat
De kerstwens luidt dit jaar ‘blijf thuis in vrede’
 
Wel gloren er nu schone visioenen
Van ‘21 na de Pfizer-spuit
Van eindelijk spontaan weer samen uit
En niet meer teruggaan naar dat driemaal zoenen
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Shakespeare Sonnet 130



De zon schijnt heel wat feller dan haar ogen.
Ze heeft , vrees ik, haar lippen nooit gestift.
Mijn blik wordt naar haar borsten niet gezogen.
Ik raak ook van haar haren niet op drift.

Ik heb haar wangen zelden mooi zien blozen,
Haar nooit gezegd dat zij zo lekker ruikt.
Haar lichaamsgeur is niet bepaald als rozen.
Ik denk dat zij parfum niet eens gebruikt.

Wanneer ze praat, dat lijkt nog niet op zingen,
Vooral niet op mijn lievelingsmuziek.
En als zij loopt, krijg ik geen tintelingen.
Haar gang is boers, niet goddelijk of sjiek.

Maar toch, ze vindt in niemand haar gelijke
Als ik, verliefd, mijn lief zit aan te kijken.