Wanneer de aarde na haar slaap ontwaakt
met halmen in het gras en nieuwe knoppen
waar lome hommels gonzend honinghoppen,
dan geurt het weiland dat van leven blaakt.

Het nieuwe blad heeft daar een nis gemaakt
waarin ik me voor even kan verstoppen,
ver weg van media en krantenkoppen.
Nog nooit heeft stilte mij zo zoet gesmaakt.

Ik snuif de lucht op, maar het zit niet mee.
De pollenplaag, ik had het kunnen weten.
Al niezend zeg ik het tableau tabee.

En thuis vraag ik: Hoe kon ik het vergeten?
Dáár voor de spiegel staat insectenspray.
Ik krab me suf aan honderd muggenbeten.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Boeddhist



Een ambtenaartje vond dit leven zwaar
Hij zat al jaren onder moeders plak
Want zij was stuurs en onberekenbaar

Aan al wat hij graag wilde, had ze lak
Maar wat ze zelf wou, daar moest hij in mee
En anders kreeg hij onder uit de zak

Was hij een keertje morsig op de plee
Of veegde hij zijn mond af aan een mouw
Deed hij een deur niet dicht, zijn gulp... o wee!

Ik incasseer nu, dacht hij, douw na douw
Een beter lot is mij nog niet beschoren
Maar eens was ik hier iedereen de oren
Want in een volgend leven word ik vrouw