Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Lockdown
Foto: pxhere.com/en/photo/143011 (deel)
 
De kamer warmt goed op met volle zon.
Bij 30 graden lijkt het of het kleed,
dat nog van oma was, van mufheid zweet.
Dus hang ik het maar even op ‘t balkon.
 
Zoonlief van zestien heeft een bariton,
waarmee hij, zonder dat het hem verveelt,
steeds weer zo'n zelfde punkrocknummer kweelt.
Ik wijs hem resoluut naar het balkon.
 
Mijn man bedient zich van de scheerlotion,
met beide handen klappend op de wangen.
De ambergemberwalm blijft om hem hangen.
Hij moet maar even luchten op ‘t balkon.
 
Lief dochtertje, nog in haar nachtjapon,
deelt via facetime met haar hartsvriendinnen
het laatste nieuws van vorsten en vorstinnen.
Dat kan ze ook wel doen op het balkon.
 
De hond kauwt op zijn bot in het salon.
En telkens klettert het op de plavuizen
wanneer hij krabt; misschien heeft-ie wel luizen.
Ik zet hem maar zolang op het balkon.
 
Ik troost me met een mokje drinkbouillon.
Isolement kan ik niet goed verdragen;
de eenzaamheid, die vliegt me aan met vlagen.
Gelukkig is er altijd het balkon.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Niets (Utrechts sonnet 6)



Een vrouw telt meestal veel meer levensdagen
En schoner is beslist haar lichaamsbouw
Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Al helemaal niet aan mijn eigen vrouw

Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Die ik mijn leed om onrecht toevertrouw
Ik zal mijn lot kloekmoedig moeten dragen
Dat mij haast dwingt te grijpen naar het touw

Ik zal mijn lot kloekmoedig moeten dragen
Want anders krijg ik thuis een fikse douw
Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Al helemaal niet aan mijn eigen vrouw

Of u gelovig, heidens bent of ietsig
Het maakt niks uit, het man-zijn is maar nietsig


De eerste twee regels zijn afkomstig van het sonnet Voor de keuze, Driek van Wissen uit de bundelEen loopje met de tijd.