Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft





De Musical Awards, dat is een feest
Van strikjes, inteelt en consumptiebonnen
Ik ben er twee à drie keer heengeweest
En heb er twee à drie keer niets gewonnen

Veel fotografen: je poseert gedwee
En één week later schrijft dan – grote goden!
Een klerennicht in Story of Privé:
“De smoking van De Wijs was uit de mode”

De show begint, de presentator zeurt
De zaal zit vol Bekende Nederlanders
En is jouw discipline aan de beurt
Dan gaat de mooie prijs naar iemand anders

Het is oneerlijk, het is flauwekul
Maar je mag niet bedroefd om je verlies zijn
Nee, je moet zeggen: “Dik verdiend, hoor, lul”
En lachen als een platenboer met kiespijn

De winnaar haalt een briefje uit z’n zak
En dankt de halve wereldbol – op jou na:
Joop, Jaap, Jan, Jip en Janneke en Jacques
Teun, Tim en Tom, kortom: de hele sauna

Langs brede trappen komt een hele bups
Van musicaltalenten naar beneden
Dat hupst en hupst in radeloos gehups
Tot in de eeuwigheid der eeuwigheden

De Musical Awards, een fenomeen
Maar ik verklaar hier voor de goede orde:
Ik ga er in de toekomst vast weer heen
Oh ja! Zodra ik homo ben geworden! 

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Knoertendoder



De Knoertendoder schaamt zich dood.
Zijn konen kleuren purperrood
want hij heeft heel wat uit te leggen.
Hij durft het bijna niet te zeggen:
zijn levenswerk bleef onvolvoerd,
nog nimmer doodde hij een Knoert.

Zijn opa heeft hem indertijd
niet onsuccesvol opgeleid
met knots en slinger, bijl en blijde.
Helaas was bij diens overlijden
één kwestie nog onaangeroerd:
waaraan herkennen wij een Knoert?

Hij heeft een Gippel gif gevoerd,
een Polk geplet, een Murk gemoerd;
zelfs kraakte hij diverse Krangen –
het werd met hoongelach ontvangen.
Zo heeft hij jaren aangeklooid
en Knoerten doden deed hij nooit.

Net toen hij dacht: ’t zit me tot hier!
ontmoette hij een wijfjesdier
wier zoete zang hem zo ontroerde
dat hij haar vloerde en ontvoerde.
De bruid bleek Stoere Doerian,
de laatste Knoert van Knoertistan.

Nu strijdt zijn liefde met zijn trots:
nog steeds ligt onder ’t bed die knots…
In weerzinwekkend woeste dromen
weet hij zich soms niet in te tomen
en kleuren lakens purperrood.
‘De schat!’ zingt zij. ‘Hij schaamt zich dood.’