wappie
ClipArtKey
 
Men neme: duizend druppeltjes verstand
Zo'n anderhalve lepel denkvermogen
Vernuft, en strooie dat met gulle hand
Wat intellect, niet zuinig afgewogen
En om de efficiëntie te verhogen
Ook ratio, alsmede veel benul
Een scheut begrip, bij voorkeur één ampul
(Dat is alvast een aarzelend begin
Om tegenwicht te bieden aan hun kul)
En spuite daar de viruswap mee in
 
Men neme: cellen van een uilenbrein
Geheel tot volle ouderdom gekomen
Een ook een snuifje humor voor de gein
Wat inzicht is hier zeker meegenomen
Om impulsiviteit iets te betomen
De uitkomst van een grondig leerproces
Verspille genereus dat uit de fles
(Dat is alvast een aarzelend begin
Van hopelijk een wijze levensles)
En spuite daar de viruswap mee in
 
Men neme: wat begaafdheid en idee
Wat bovenkamer, stof om na te denken
En wijsheid, toch een litertje of twee
Vergeet ook niet om notie bij te schenken
Maar eerst dat in bedachtzaamheid te drenken
Een tegengif voor vrezen van complot
En scheppe dit uit goedgevulde pot
(Dat is alvast een aarzelend begin
Om kans te maken met zo'n halve zot)
En spuite daar de viruswap mee in
 
O Zuster, pak je goedgevulde spuit
En steek je naald er vastberaden in
Je mengsel, druk dat krachtig door de huid
(Hoewel het uiteraard op weerstand stuit)
En spuit daar dan de viruswap mee in
 
 
Vrij naar: 'Ballade van de lastertongen'
Francois Villon, Vertaling Ernst van Altena
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Pthah-Sokaris

Ik zie mijzelf als welgeschapen heer
Hoewel het mij al dikwijls overkwam
Dat ik me bleek te uiten in geblaat
In plaats van wijze en verheven woorden

Ja, logisch: af en toe ben ik een ram
Natuurlijk wel in goddelijke staat
En afgebeeld in veel toeristenoorden
Dus praat ik verder met mijn rauwe stem

“Kras! Kras!” En iedereen is idolaat
(Behalve dan de geestelijk gestoorden)
En zegt bevlogen: “Hoor! Daar heb je hem –
De valkgod!” want dat ben ik evenzeer

Ik blijf maar onderling verwisselbaar
En houd me slechts met moeite uit elkaar


Pthah-Sokaris is eigenlijk een verzamelnaam voor drie Egyptische goden. Pthah, de hoofdfiguur, was de schepper en de vader der goden; zijn dienst ontstond in Memphis. Hij wordt afgebeeld in menselijke gedaante, met een scepter als symbool van macht. Als vormer van alle dingen is hij wel vereenzelvigd met Hephaistos (Vulcanus); tamelijk vergezocht. Hij was beschermheer van de kunstenaars. Sekmet, de godin met het leeuwehoofd, was zijn echtgenote en de stier Apis zijn zoon.

In zijn functie van Amon (oorspronkelijk de god van Thebe en gehuwd met Moet) kon hij de gestalte of minstens het hoofd van een ram aannemen. Toen zijn naam verbonden werd aan die van Re, de zonnegod, werd hij gezien als oppergod, en de Grieken herkenden in hem hun Zeus. Hij was de beschermer van de pharao’s.

Horus, de valk, was de god der stilte en een combinatie van de zonnegod Horus (nauwelijks te onderscheiden van Re) en het kind Horus, zoon van Osiris en Isis. Hij komt overeen met de Griekse god Apollo. Zijn embleem is de zonneschijf met vleugels.

(Uit: Fabelmensen, met tekeningen van Ed Koenders, uitgeverij Liverse, 2010)