frankdeboer
Foto YouTube, bewerking IB
 
4-2-4 
Als trainer heb ik echt een mooi beroep
Mijn team zou ik beslist niet willen ruilen
Ik ruik hem al, mijn volgende trofee
Wij zijn de kampioenen der tirannen
 
Vandaar dat ik wel voor de aanval voel
Naar voren met mijn jongehondentroep!
 
Ze winnen nog op Assepoestermuilen
En spoelen elke vijand door de plee
Dus schenk maar vol die kruiken en die kannen
Zo worden wij wel eerste in de poule
 
 
5-3-2 
Ik heb niet veel vertrouwen in de groep
Pot 1 verloren, zootje slome uilen
Vandaar dat ik maar kies voor 5-3-2
Dan zit ik lekker rustig en ontspannen
Gedurende de wedstrijd op mijn stoel
 
Verdedigend een slome slakkensoep
Qua aanval was het miezeren en druilen
Misschien red ik mijn hach er zo nog mee
 
Zodat ik niet naar Telstar wordt verbannen
Na fluitconcert en gemelijk gejoel
 
 
4-3-2-1 
Nu zit ik toch wel stevig in de poep
Het spel is na pot 2 nog om te huilen
Verdedigers, als kuikens zo gedwee
Het middenveld nog leger dan savannen
 
Ik schuif dus nog eens stevig met de boel
Een driehoek wordt dan maar mijn overtoep
Ik hoop dat dat mijn naam niet zal bevuilen
 
Ik wend mij daarom tot dit panacee
Als slotstuk van mijn vele rampenplannen
 
En anders met zijn elven in het doel 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Uit de nalatenschap van Herman J. Claeys: De Zenne

Ik woon aan de oevers der Zenne,
die heerlijke Brusselse vliet,
elders kan ik niet wennen:
ik vind er mijn gading niet

Eens baadde ik zon op haar boorden
en droomde van Brussels verleên
toen sprak ik deze woorden,
beroerend het nat met mijn teen:

“O, Gij welriekende Zenne,
“Vertel mij van onze stad
“Bijvoorbeeld van Grote Mennen
“Die Brussel vroeger bezat.

“Vertel mij iets van de dagen
“Toen gij getuige waart
“Van oorlogen en tegenslagen,
"Verwoesting te vuur en te zwaard.

“Van de Hollandse bezetting,
“Van België’s moedig verzet,
“Van de Vrijheid aan de ketting
“En hoe die dan toch werd gered."

Toen antwoordde zij verlegen:
“Je m’excuse, heu... ekskuzeert...
 “Jadis je parlais ta langue,
“Maar heb die sindsdien verleerd.”