Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft




Mao Tse-Tung (Mao Zedong) 1893-1976

Rede op de nationale conferentie van de Chinese Communistische Partij over de kwestie van de terugkeer in het proletariaat en de brede volksmassa's door heropvoeding van de agressieve krachten der reactionaire, contra-revolutionaire, imperialistische, volksvijandige, feodale, bureaucratisch-kapitalistische, kleinburgerlijke, anti-Marxistische, revisionistische, Rechts-opportunistische, uitbuitende, klassevijandige grootgrondbezitters, bourgeoisie en compradores, alsmede de renegaten, door kritiek en zelfkritiek.

De radicale materialist
Is onbevreesd en strijdt vol zelfkritiek
Hij laat zich energiek rectificeren

Reactionair en mandarijnenkliek
Die moeten wij methodisch corrigeren
Door overreding en concrete les

Door wetenschappelijk analyseren
-Liefst met een heel groot bot en roestig mes-
Zien die dan in wie zich hier heeft vergist

En op de collectieve boerderij
Zijn zij weer overtuigd van de Partij


Dialectisch materialist met confucianistische trekjes.
Volgens zijn dialectiek eindigde die niet in een stabiel en gelukkig evenwicht, maar is het kenmerk 'conflict.'
Bij elke revolutie ontstaan contrarevolutionaire elementen binnen de machtsstructuur zodat een 'permanente revolutie' nodig is om die steeds uit te zuiveren.
Kennis komt voort uit ervaring en is hetzelfde als betrokkenheid.
Volgde de confucianistische 'doctrine van het midden': na een periode van turbulente veranderingen volgde een periode van rust, soms veranderingen terugdraaiend als voorbereiding op een nieuwe periode van onrust.

(Uit: Een hoop genavelstaar, te bestellen bij www.mijnbestseller.nl)

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

We zijn er nog



De Hunnen stonden weer eens voor de wallen
Wij stelden ons dus als vanouds teweer 
Je zag ze vuil en smerig samenballen 
Ze gingen ruw en onbeschaafd tekeer
We keken op de Hunnenhuigen neer 
Het was een onophoudelijk getier 
Met veel gespot en duidelijk gesneer 
Maar goed - zij waren daar; wij waren hier


De poort was dicht, het valwerk was gevallen
Het wachtwoord (‘Dikke lul’) niet geldig meer
En al die ongewassen duizendtallen
Geleid door een zeer ongelikte beer
Die stonden daar dus op hun veld van eer
Massaal voor aap, het deed ons eerst geen zier
Al zwaaiden ze ook brullend met hun speer
Want ach – zij waren daar; wij waren hier


Toch werd het onplezierig voor ons allen
De voedselvoorraad leed aan wanbeheer
We aten eerst de paarden in de stallen
En deelden toen de laatste rotte peer
De conversatie werd bedrukt gelamenteer
De dorst verlamde onze speekselklier
Geen hulp in zicht, per trein of met het veer
Want tja – zij waren daar; wij waren hier

O lezer! Dat ik weer communiceer
Met in mijn hand het Vrije Versbanier 
Bewijst wel onze moed in deze sfeer 
De Hun trok af naar dáár, wij zijn nog hier!