U was altijd zo lief en zacht voor mij
zo strelend, kussend, liggend op uw pij
uw handen waren zacht, uw lippen rood
en U begreep mijn zonden en mijn nood

al vroeg U wel een kleine wedergunst
met hand en mond alleen, geen grote kunst
maar later deed U mij soms hevig pijn,
dan moest ik maar een flinke jongen zijn

ik vreesde dat ik zo een zondaar was
maar, sprak U, die gedachte gaf geen pas
vertrouw op Gods genade was Uw wet
U gaf Uw woord, voor mij was Uw gebed

als Gods genade het vergeven heeft
vergiffenis de grootste zondaar geeft
dan mij toch zeker wel voor deze dag
waarop ik zondig ben, maar stralend lach

want, hoorde ik, u heeft geschreeuwd van schuld
gebruld waarom heeft God dit toch geduld
en hoe u stikkend, panisch voor de dood
in hoogste nood het aards bestaan ontvlood

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Gedachtenloos

 

Ze kennen niet de menselijke maat:
De bouwkunst is gevoelloos en steriel
Ik waag me maar voorlopig niet meer buiten
 

Die lieden met hun grijsgeruite kiel!
Kan iemand deze onbenullen stuiten?
Gun architecten toch een tijdig graf!

Een rol papier, verdeeld in nette ruiten
Daar knippen ze maar weer een meter af
Waarna er weer zo'n rottig bouwsel staat

God: geef ze voor hun rotsmoes geen vergeving!
Die luidt: 'Een dialoog met de omgeving'


Uit Het pak van Sjaalman: 'Over bouwkunde, als uitdrukking van denkbeelden.'