Kijk, daar komt de Schrikkelspork.
(Achterneefje van de Uffel,
weggemoffeld bastaardbroertje
van de welbekende Knork.)
 
Veertienhonderdzestig dagen
hoefde je hem niks te vragen,
veertienhonderdzestig nachten
sliep hij diep, zonder gedachten.
 
Doch welingelichte kringen
melden dat de Haas gaat springen,
dus ontwaakt de Schrikkelspork
met een kriegelige snork.
 
(Liever was hij blijven knorren,
want hij sukkelt zo met jicht
en het jeukt weer schrikkelbarend
in zijn ene tijdsgewricht.)
 
Oei, hij hinkelt en hij hompelt
op zijn manke achterbeen;
kijk toch hoe hij aldoor struikelt
over zijn reserveteen...
 
Snapt hij wat er aan de hand is?
Is hij nog op tijd erbij?
Horen we de Haas al hijgen?
Strakke eindspurt – Ja! Buut vrij!
 
Joechei! jubelt de Uffel,
geëchood door de Knork.
Die hebben we weer binnen
door ónze Schrikkelspork!
 
Maar hijzelf duikt in zijn duffel,
toffelt zwijgend naar zijn hol.
Eer de Maartse Haas geland is
koffert hij zijn knikkebol.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

O, dierlijk oord

Ik vind het moeilijk om er één te kiezen.
De rosse buurt, bij lieve tante Sjaan,
waarin je je volledig kon verliezen.
Yab Yum, tot daar het licht werd uitgedaan.

Ook heerlijk was die sauna bij de pool,
soms was het buiten heter dan daarbinnen.
Mijn lid werd in de sneeuw een startpistool,
omringd door langzaam likkende lappinnen.

Het dierbaarst heb ik toch mijn heil gezocht
hier in Klein Ulsda, dorp van zoete dromen.
U kent die plek wel, net voorbij de bocht.
Daar is de vrouw die mij doet overstromen.

Ik kom er dagelijks. Eerst langs de kerk,
daarna haal ik mijn vrouw op bij haar werk.