HÈ NEE, zei ’t schaap Veronica, nou wil ik niet meer toepen!
De winter is voorbij, ik heb genoeg van dat getoep.
Naar buiten wil ik, naar ’t plantsoen, want ik wil hoelahoepen!
Toe dominee, maakt u voor mij een nieuwe hoelahoep?

Hè ja, zeiden de dames Groen, dat willen wij ook leren.
Het is een raazje deze lente, iedereen doet mee…
Je krijgt het op je heupen en dan móét je het proberen.
Toe, maakt u ook voor ons zo’n hoelahoepding, dominee?

De dominee zei: Gaarne zal ik zulks voor u fabrieken.
Ik knip wat van de tuinslang af met deze grote tang –
ziehier uw hoelahoeps! Me dunkt, het zijn twee hele sjieke.
De tuinslang is nu wel wat kort, maar eerst was ie te lang.

De dames Groen die oefenden totdat ze niet meer konden
en hijgden uit op ’t bankje bij de vijver in het park.
Zo, zeiden ze. We voelden ze eraf vliegen, de ponden!
Dit werkt veel beter dan zo’n saai dieet met enkel kwark.

Veronica riep: Ik hou vol, ik kan ’t gewoon niet laten!
En ja hoor, hoelahoepend liep ze heel de weg terug.
Er werd gewoven en geklapt langs stoepen en langs straten,
er werd getingeld door de ijskar ginder bij de brug.

Hè ja, een ijsje, zei het schaap. Een reuzegoed idee!
Zeg lieve slanke dames Groen, u lust er vast wel twee?
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Meneer Shakespeare, lieve William,


Zal ik u meten aan een dodenmasker?
Niet mijn idee, maar van de wetenschap.
Ze kleien graag met rottend alabaster,
Die lui zijn dol op een genadeklap.

Het is dan ook beslist geen fraai gezicht,
U bent toch hoop ik niet op wie u lijkt.
Ik zie u liever als in dat gedicht
Waarin u ijdel in de spiegel kijkt.

Sonnetje achttien. Dat bent u, niet waar?
U had gelijk, het wordt nog steeds gelezen.
Men roept maar wat, dat u met allegaar -
Behalve Anne dan - heeft liggen kezen.

Uw beeltenis is nu voorgoed verkloot,
Ik zag u liever in de Playgirl, bloot.