Geen trauma's van vroeger om vrij uit te putten
Geen proppen papier door de kamer verspreid
Geen wijnflessen slingerend op het tapijt
Ik hoefde mijn duim nu eens niet te benutten
 
Niet urenlang frummelen, fronsen en frutten
Niet zweten, niet zwoegen, geen eenzame strijd
Ik heb niet gevast noch mezelf gekastijd
Ik maakte niks mee om dit vers mee te stutten
 
Geen heilloos karwei met frustraties erbij
Geen dagdromerij in een hut op de hei
Ik tuurde niet stuurs naar het hemelgewelf
 
Hoe is dit ontstaan? Welke weg moest ik gaan?
Waar kwamen spontaan al die woorden vandaan?
Ach, soms zit het mee, dit sonnet schreef zichzelf

 

Sonnet Meevallertje hvv 2
Copilot
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het pissende vrouwtje





(Naar de ets van Rembrandt - 1631)


Bezij een kromme wilgenboom zat vrij van enig schroom
- haar rokken opgeschort, aan het ontblote onderlijf -
een pront en potig boerenwijf
te poepen en te pissen.

Het was daar waar de Amstelstroom zich uitmondt in het IJ,
juist op de plek die Rembrandt meestal als zijn stek verkoos
ter studie van een landschapschets,
of domweg om te vissen.

Het struise wijf, ze had geen weet dat Rembrandt zogezegd
- terwijl zij zich in rust van darm-en-blaasinhoud ontdeed -
haar in zijn dikke tekenboek
voorgoed had vastgelegd.

Want had ze dat vermoed, dan wel geweten,
had zij er niet zo kalmpjes bij gezeten