De laan der lanen parelt zoute tranen
De bomen huilen zacht op het Voorhout
Couperus is in droef gepeins verzonken
Flaneur heeft net zijn glimlach afgezet

De Scheveningse zee smaakt ietsje zilter
Het Binnenhof is in zichzelf gekeerd
De ooievaars – pardon: de reigers zwijgen
En Haagse Harry vloekt wat binnensmonds

Een stad die rouwt om een verloren dichter
Sonnetten voelen zich een beetje wees
Er is een pen voor eeuwig neergelegd

Natuurlijk zal er veel hetzelfde blijven
Maar nu de dichter Daan er niet meer is
Lijkt alles in Den Haag zo ongerijmd

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Waanzin (Veens sonnet)



Naar Brecht


Bij leven religieus tot op het bot
werd deze vrouw door plichtsbesef versleten:
haar centen voor de armen opgepot
en ook gaf zij wie honger leden eten.

Ja, deze moeder was waarachtig groot:
acht kinderen had zij op aard gezet.

Zij wist zich door de HEERE steeds verblijd.
Haar einde kende enkel bitterheid.

Want wat zo sterk stond, lag toen ziek in bed;
Geen mens ontsnapt tenslotte aan de dood.

En grienend, kermend, trachtte zij verbeten
een "Onze Vader", maar bij 't levensslot
was zij de woorden van 't gebed vergeten
en dat ontnam mij mijn geloof in God.