Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft


Foto Henk Adema

In eigen tuin wil men geen buren zien,
dus wordt de schutting hoog gelijk een toren.
Wel is men zeer gespitst of men misschien
iets ruiken kan, of – liever nog – iets horen.

Een enkeling kan zijn nieuwsgierigheid
niet meer bedwingen, klimt naar ’t zolderraam, waar
hij heel soms in de hoogste zomertijd
een glimp opvangt van buurvrouws zonnend schaamhaar.

De reiger die zijn nek bespiedend buigt,
aanschouwt vanaf de nok het binnenleven.
De vrouw van nummer vijf wordt afgetuigd,
omdat zij slapen bleef op nummer zeven.

Het doet hem niets, want zijn verstilde ijver
geldt enkel gouden flitsen in de vijver.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Festina Lente

Het is normaal, maar toch verbaas je
je elk jaar weer als het gebeurt
en je een eerste teer groen waasje
aan linden langs de gracht bespeurt.

Een stil terras. Het meisje naast je -
dat je geen lachje waardig keurt
-spiekt in haar spiegeltje: ze kleurt
nog niet echt bij. Lieftallig dwaasje.


Een windje dat naar aarde geurt,
strijkt langs je wang; afwezig blaasje
een vliegje weg. Je kater zeurt.
Het meisje krijgt bezoek: raar baasje,

een bleke boekenwurm of nerd.
Tevreden nip je van je glaasje.