Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Ik ween om bloemen in de knop gebroken
en voor de uchtend van hun bloei vergaan.
Ik ween om bloemen in de knop gebroken,
daarnaast doet woede mij inwendig koken;
welk onderkruipsel heeft zoiets gedaan?
Zo’n teed’re knop laat zich eenvoudig kroken.
Daarnet heb ik mijn opzichter gesproken.
Die zag de dorpsjeugd vlieden langs de paên.
Ze leken voor hem op de vlucht te slaan.
Deez’ wandaad dient onmiddellijk gewroken.
Reeds span ik van mijn jachtgeweer de haan.
De vlegels zijn niet tijdig weggedoken
en voor de uchtend van hun bloei vergaan.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Konijnen



Men hoonde vader vals als Mensenkweker
En moeder op zijn plat als Baarmachien
Men vond hen maar konijnen, dat is zeker

Ik ben de trotse nummer zeventien
Er komen na mij nog vier lieve zussen
Ons Lieke, Liesje, Loesje en Francien

De doodgeboren Frans zat daar nog tussen
We stonden aan zijn grafje, samen sterk:
Zo'n groot gezin heeft haast uitsluitend plussen

Nu hoorde ik de paus recent verklaren:
De mens is geen konijn, stel paal en perk
Aan nageslacht. Dus daarmee zegt de kerk
Dat mijn verwekkers wel konijnen waren