'Dag meter, bij dit jaarbegin zijn al mijn mooiste wensen klaar voor weer een prachtig, zonnig jaar. Ik schep er nu al vreugde in!
Studeren zonder tegenzin, de afwas doen, geloof me maar: voortaan is niets me nog te zwaar opdat ik uw vertrouwen win.'
Die woorden zijn je reinste bluf. Ik heb iets op papier gezet, maar vind het hemeltergend suf.
Toch smeet ik zélf niet met mijn pet: het is een tekst die door de juf geplukt werd van het internet.
Voor wat betreft de aanleiding voor dit sonnet schreef Wim Gabriels het volgende:
Met Nieuwjaar lezen heel veel kinderen hun traditionele nieuwjaarsbrief voor aan meter/peter/etc. Bij mijn schoonfamilie gebeurt dat om praktische redenen meestal al enkele dagen vóór Nieuwjaar. Mijn zoon en zijn neef (die naar een andere school gaat, zo'n tachtig kilometer verderop) bleken allebei... exact dezelfde brief geschreven te hebben. Iedereen vond dat hilarisch, maar ik vond het tegelijk een beetje triest.
Een koop’ren koning met een houten kroon: Hij wilde niet regeren maar besturen al moest hij eerst een ballingschap verduren voordat hij plaats kon nemen op de troon.
Een ingekeerd onaangenaam persoon werd hij genoemd, grossier in vreemde kuren; te vaak in onmin met zijn zuiderburen en onderwerp van grove spot en hoon.
Hoe kan het toch dat wij die man vereren? Als koning-koopman keerde hij het tij, bracht nijverheid, techniek en industrie;
bleef tegendraads het land moderniseren. De suffende regentenmaatschappij ontwaakte en kreeg nieuwe energie.