Op maandag 24 augustus, de geboortedag van Heinz Polzer, beter bekend als Drs. P, zal een deel van het Oudekerksplein naar hem vernoemd worden.
Afgelopen juni overleed de zanger en tekstdichter en sindsdien heerst er de behoefte om hem te eren in de vorm van een vernoeming van een stukje Amsterdam. Twee jaar geleden opende er op het plein al een koffiezaak die vernoemd werd naar zijn lied ‘Quartier Putain’, dat tevens een lofzang was op het plein. Het stukje Oudekerksplein voor Quartier Putain zal vanaf 24 augustus officieus het Drs. P-Plein gaan heten. Hoewel dat niet een officiële vernoeming betreft zal de onthulling van het straatnaambordje gedaan worden door een hoogwaardigheidsbekleder namens de gemeente Amsterdam.
Vanaf 17:00 uur kan men terecht bij Quartier Putain voor een drankje en om 18:00 uur zal het bordje onthuld worden.
Het Feest der Poëzie brengt een nieuwe editie van Cabaret Poétique, weer bomvol podiumkunsten - literatuur, muziek, en zelfs bewegingstheater, live beeldende kunst & poëzie. Feest der Poëzie-artiesten Arjan van Vembde(magiër) en Simon Mulder (presentatie/poëzie) nemen deel naast Poet Stunt (singer-songwriter), Chris de Valk (poëzie), Jeroen Bouwhuis (bewegingstheater) en Lies (poëtische samenvatting).15 augustus, 20:15 uur
Huis de Pinto, Amsterdam reserveren: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. entree: 7,50 euro
Lichte en bonte gedichten is de titel van de nieuwe bundel van Inge Boulonois, kleurrijk uitgegeven bij Liverse in Dordrecht. De titel is op te vatten als een beginselverklaring, wat met het openingsvers De poëet wordt bevestigd. Het woord 'Lichte' in de titel verwijst vooral naar de inhoud van de bundel, voornamelijk light verse. 'Bonte' slaat niet alleen op het omslag en de vele versvormen in de bundel, maar ook op de kleurrijke opmaak. Met dat laatste onderscheidt Inge Boulonois zich nadrukkelijk van collega-dichters. Ze motiveert die keuze o.a. met het vers Tegen zwart op wit (blz. 37).
Lichte en bonte gedichten bevat ongebonden en gebonden verzen. Ollekebollekes vallen vanzelfsprekend in de laatste categorie. Een aantal ollekebollekes in deze bundel gaat een vrolijke symbiose aan met een afbeelding in kleur en geeft een onverwachte interpretatie aan die afbeelding. (Mona, Degas, Melkmeisje, Metamorfose, Gainsborough, Renoir), een procedé waaraan onlosmakelijk de naam van Peter Knipmeijer is verbonden. Bont in alle opzichten is ook het ollekebolleke Feestje (blz. 11), voor mij een van de hoogtepunten uit de bundel. Hier vallen vorm en inhoud volledig samen. Ook in Danklied (blz. 35) is dat het geval evenals, zij het in mindere mate, in Grijs rondeel (blz. 43), allebei overigens niet bont opgemaakt.
Inge Boulonois maakte op het Vrije Vers naam met haar zogenaamde Pictoverzen. De omslagtekst omschrijft deze term als volgt: 'In deze bonte gedichten zijn woorden door oogstrelende afbeeldingen vervangen.' In Smiling limerick (blz. 13)bijvoorbeeld hebben de woorden plaats moeten maken voor verschillende afbeeldingen van een (glim)lachende mond. Wie naar het einde van de regels kijkt, kan daarin het rijmschema van de limerick herkennen. Tenminste als dat schema bij de 'lezer' bekend is. Verder kan de 'lezer' voor zichzelf nog uitmaken of de afbeelding oogstrelend is. Dat is het dan, want los van de vraag of er sprake is van poëzie, viel ik bij 'lezing' van deze pictoverzen al snel ten prooi aan een zekere vermoeidheid omdat ze geen inhoud hebben. Het kunstje is een keer mooi, twee en drie ook nog, daarna weet de 'lezer' het wel. Gelukkig is Lichte en bonte gedichten een flinke bundel, 80 pagina's, zodat de overdaad aan pictoverzen amper schaadt. Vooral de kortere verzen van Boulonois spraken tot mijn verbeelding. Als speedsonnettiste laat de dichteres zich van de beste kant zien. Ze zet haar onderwerp kort en bondig in een kwatrijn neer een rondt het vers met een treffend, geestig distichon af. Lees bijvoorbeeld Wetenschap (blz. 49), Winter (blz. 63), Klemtoonregels (blz. 73) of In China (blz. 76). Echte sonnetten staan er ook in deze bundel. Kerkje (blz. 25) en Dierendag (blz. 38) bijvoorbeeld, of Visdag (blz. 21), navoelbare verwoordingen van herkenbare ervaringen en emoties. Herkenbaarheid is trouwens kenmerkend voor de verzen van Boulonois: ze blijven dichtbij. De onderwerpen zijn uit het leven gegrepen: haarmode, overgang, dieren(tuin), óf ze verwijzen naar het dichten zelf. Een geslaagd voorbeeld van het eerste is Happy Holland (blz. 72) dat afsluit met een spits distichon. Een treffend voorbeeld van het tweede isEcht (blz. 27) waarin de dichteres een spel speelt rond het begrip 'schrikkelrijm'. Zo valt er veel te genieten in deze bundel. Lees er zeker ook Luistervaardigheid (blz. 46) op na of Dichtersleed (blz. 66), Vuurwerk (blz. 68) en het bonte Zomer (blz. 80).
Uitgeverij Liverse heeft met Lichte en bonte gedichten een mooie bundel toegevoegd aan een interessant fonds dat gestaag groeit in omvang en kwaliteit. Daarmee mogen de liefhebbers van light verse in de handen klappen. Inge Boulonois is een van de weinige vrouwen die zich bekwaamt in het schrijven van vormvaste plezierverzen. Met Lichte en bonte gedichten laat ze nadrukkelijk van zich horen en zien. De opvolgster van Drs. P is ze uiteraard niet, maar wie is dat wel? Als opvolgster van Marjolein Kool, de plezierdichteres die met dichten is gestopt, zou ze zeker een goede kandidate zijn om samen met frontvrouwe Patty Scholten het vrouwelijke smaldeel te vormen in een wereld die (nog) vooral door mannen wordt gedomineerd.
Als wethouder van Utrecht-Oost opende hij ook de allereerste ‘PPP’ in 2005. Het programma zit weer boordevol poëzie én muziek. Bij de dichters opmerkelijk veel nieuw aanstormend talent: Hanneke van Eijken, Maarten van der Graaff (allebei recent gedebuteerd), Jolies Heij en Daniël Vis (Nederlands ‘poetry slam’ kampioen). De muziek komt van de Nederfolkgroep PEKEL, de presentatie is in handen van Fred Penninga (tevens organisator, samen met parkcoördinator Wim Horst) en de toegang is, als altijd, gratis. Zij worden afgewisseld met de vertrouwde namen: Hanneke Verbeek, Leo Mesman, Geerten van Gelder en Ingmar Heytze (die nog nooit een ‘PPP’ heeft overgeslagen!).
Gekkengetal 'elf'
Omdat ‘elf’ het gekkengetal wordt genoemd én omdat half mei 2015 de beroemde en humorvolle taalvirtuoos Drs. P (zeg maar Heinz Polzer) is overleden is er een ‘gimmick’ aan deze elfde editie gekoppeld. Alle dichters is gevraagd een speciaal light verse (grappig gedicht) te komen voorlezen, liefst geïnspireerd op het werk van Drs. P. De muziek komt van de Nederfolkgroep PEKEL, de presentatie is in handen van Fred Penninga (tevens organisator, samen met parkcoördinator Wim Horst) en de toegang is, als altijd, gratis.
De naam Inge Boulonois is bij de lezers van Het vrije vers wel bekend mogen we veronderstellen. In haar nieuwe bundel Lichte en bonte gedichten bezingt ze op luchtige wijze een groot aantal onderwerpen: van de overgang tot overgewicht, van het dierenrijk tot het huwelijk, van grote kunst tot trendy kapsels.
Inge Boulonois laat zich in deze bundel zowel van haar serieuze als haar humoristische kant zien. Naast vrije verzen schroomt ze, zoals we weten, vaste versvormen niet. De bundel bevat dan ook tal van sonnetten, rondelen, ollekebollekes etc. Ook haar bekende pictoverzen zijn aanwezig; in deze bonte gedichten zijn woorden door oogstrelende en kleurrijke afbeeldingen vervangen. Het evenwicht tussen ernst en humor en de fraaie opmaak maakt van Lichte en bonte gedichten een feestelijke bundel voor een grote lezersschaar.
Inge Boulonois: Lichte en bonte gedichten Uitgeverij Liverse ISBN 978-94-91034-62-6 Paperback - 84 blz. - € 17.50
Het nieuwe nummer van ons Engelstalige zusterblad Lighten Up Online is uit, met o.a. dit gedicht. Voor het hele nummer klik hier.
David Smith: The Cafe of Cacophony
I wandered round on a street in town I had never been down before, And I thirsted a thirst that was worse than the thirst that that pondering person in Poe's poem nursed for the love of his lost Lenore. I forced my feet through the silent street that the dogs and drunkards pee on, And I groped, and I moped, and I hoped against hope for a glimpse of friendly neon.
My life and times were a crowd of crimes that had laid my soul to waste: Sins of commission, sins of omission, and sins against good taste. I could make Don Juan look like Elton John (counting number of female conquests) And I'd broken records, hearts and chairs on my many honky-tonk quests.
At last there loomed from the midnight gloom a dim little sign marked OPEN. At the end of my rope came a surge of the hope against which I'd been hoping, That this door discreet on a dead-end street could provide me a drink or morsel – And 'The Cafe of Cacophony' was engraved upon the door sill
The dank decor was a bilious bore, when I pulled aside the curtain, Like a cheap casino outside of Reno, directed by Tim Burton (Or perhaps in a pinch by David Lynch). I pushed and ploughed through the loudest crowd that I ever had so far seen, Every gruesome guest so bizarrely dressed that I thought of the Star Wars bar scene. I craved a quaff of some good decaf, and I coughed out, "Have you got any?" But the staffers laugh at decaf at The Cafe of Cacophony.
A band weighed in with a dreadful din like a drill press playing Zappa, Mixed in a kettle with bad speed metal and sung by a Russian rapper. My heart was seized with a nameless dread, so I thought that I ought to name it. "Your name is Fred", I inanely said, but it didn't help to tame it.
The counter girl brushed a stray blue curl off an ear nine tenths metallic, And she touched my sleeve as I tried to leave, and in tones blasé and Gallic She murmured low, "You can try to go, but I guess I ought to warn ya That this address offers less egress than The Hotel California."
Then I knew too well I had found a hell which I'd thought was a harmless haven, And my vision blurred at the thought of the word that was said to the man by the big black bird (I'm alluding to 'The Raven'); Something worse than Mace hissing in my face yanked me back as my soul was sinking, And I knew no sleep ever gave respite In this foul, frenetic, fluorescent night As my pupils swelled to absorb the light, Unprepared, uncontrolled, unblinking . . .
* * * * * *
I've been ill at ease, but by slow degrees I've been feeling less and less so, And a desperate grin starts to settle in by your 94th espresso, And the nicotine plays a polonaise on your frayed and frazzled nerves, As the customers graze from silver trays of uppers and hors d’oeuvres. I'd never been on drugs before, now I'll nevermore be off any, But I'll drag my days through the hectic haze at The Cafe of Cacophony.
Naar aanleiding van de presentatie van zijn nieuwe bundel Ik neem voortaan een datingcoach, drukte het Dagblad de Limburger een vraaggesprek met de dichter door de journalist Guus Urlings af:
Ik neem voortaan een datingcoach. Dat is de wat cryptische titel van de nieuwe dichtbundel van Frits Criens(66) uit Haelen. Wie het gedicht leest waaraan die titel ontleend is, prikt snel door dat cryptische heen. Zo werkt light verse... Spelen met humor. Dat is wat Frits Criensdoet in zijn nieuwe dichtbundel Ik neem voortaan een datingcoach. Dat zegt tenminste zijn uitgever: 'In zijn lichtvoetige verzen ontmantelt hij heilige huisjes, prikkelt de geest, spot met vooroordelen en toont zich een taalvirtuoos met een verrassende kijk op zijn onderwerpen.' Lovende woorden. Dat hoort zo in flapteksten van boeken. Net als een `ondertitel' als Light verse van de bovenste plank. Verkooppraat. Alsof de gedichten van Criens dat nodig hebben. Maar misschien hébben ze dat ook wel... Light verse en de waardering - of het gebrek daaraan - voor dat genre in de literatuur. Lichtvoetig, geestig. Poëzie met een twist. Het genre waarvan Frits Crienszich al vaker een bekwaam beoefenaar heeft getoond. Daar gaat het gesprek over. Meer nog, eigenlijk, dan over de nieuwe bundel.
‘Light verse. Daar ben ik als schrijver mee begonnen. In De Tweede Ronde, het enige literaire tijdschrift dat ook light verse publiceerde. Daar heb ik lang een vaste plek gehad, tussen mannen als Drs. P, Ivo deWijs, Driek vanWissen. Tot het blad ter ziele ging. Het wereldje van de light verse is klein, hecht, een beetje gesloten ook. In de poëzie is light verse een beetje een ondergeschoven kindje. In Engeland of Frankrijk is het heel gewoon dat serieuze dichters in hun bundels ook light verse opnemen. In Nederland is de grens veel harder. In dit land ben je een dichter of een prutser. Daar zit niks tussen. Light verse wordt vaak gezien als `makkelijk scoren'. Als rijmelarij, berijmde geestigheid. Het eindresultaat klinkt inderdaad vaak gemakkelijk. Maar in de praktijk is light verse intens moeilijk. Een kwestie van eindeloos passen, meten, schuiven. Ik heb, schat ik, aan elke regel light verse die ik publiceer ongeveer een uur werk voor het er precies staat zoals ik het wil hebben. Het moet kort en bondig zijn, begrijpelijk, maar ook vormvast - als je voor de vorm van een sonnet kiest, dan bepaalt dat je speelruimte, dat moet kloppen - en het moet metrisch in de pas lopen. En inderdaad: het moet geestig zijn. Light verse schrijven is heel intensief met taal bezig zijn. Het is, zeg ik wel eens, een slijpsteen voor de geest en de pen.’
Dichter of prutser? Voor Criens bestaat die vraag, dat onderscheid niet.
‘Ze proberen je als schrijver altijd in een hokje te duwen. Maar ik heb nooit willen kiezen. Light verse is me dierbaar, blijft een van de pijlers onder mijn werk. En het intensieve spelen met taal dat daarvoor nodig is, komt me weer uitstekend van pas bij de rest van mijn schrijven. Columns, romans, korte verhalen, toneelstukken, noem maar op. Ik heb het hele spectrum verkend, en dat bevalt prima.’
Is het toch niet een beetje frustrerend, de denigrerende manier waarop in `literaire kringen' vaak over light verse gesproken wordt? En hoe zit het met de publieke belangstelling?
‘Ach, de belangstelling voor poëzie is op zich al tamelijk gering, en wij - de mensen die zich niet generen voor light verse - zijn daarbinnen ook nog eens een kleine groep. Als je beroemd en rijk wilt zijn, moet je geen dichter worden... Maar als ik optreed met dit werk, is dat altijd een succes. Het leent zich prima voor het podium. Dat vertaalt zich dan wel zeer mondjesmaat in aantallen lezers, maar goed... Ik schrijf light verse ook voor mezelf. Om mijn taalvaardigheid steeds verder te ontwikkelen. En omdat ik het boeiend vind.’
Ik neem voortaan een datingcoach. Uitgeverij Liverse, Dordrecht. ISBN 9789491034626. Prijs 14,95 euro.
Ik zag net op het Sinterklaasjournaal; De pakjesboot sloeg lek en is gezonken Straks blijkt dat we er weer zijn ingestonken Want het komt altijd goed in dat verhaal
Hoewel ik dit keer moeilijk kan geloven Dat Dieuwertje die op de kleintjes let De pakjes uit het diepe water redt Voor 5 december komt dat schip nooit boven
Intussen schreeuwen ouders moord en brand Het feest zou nu in duigen kunnen vallen De NPO dreigt alles te vergallen Geen kinderziel is hier tegen bestand
Maar een 'gelovig' kind zei net: ‘Geen nood De Sint heeft vast wel een reserveboot!'