Kom, wie bedenkt er iets? Maak eens een versje, dat vindt hij vast leuk. Een met zo’n dactylisch ivodewijswoordje. Wie dat niet kan die bedenkt maar een spreuk
Je liet ons zien hoe mooi de taal kan zijn Door haar met liefde en respect te zingen Of haar met zachte vakmanshand te dwingen Dat jij er niet meer bent, Driek, doet ons pijn
Als dichter ben je nu weer druk geprezen Je werk wordt echter eeuwig stuk gelezen