zomerdag

Op deze warme dag een liedtekst van de doctorandus. Afgelopen zaterdag stond het in Trouw in de poëzierubriek van Janita Monna. We hebben de tekst aangepast aan hoe Drs. P het lied zelf ten gehore bracht.
 
 
Zomerdag
 
Je staat er altijd toch weer even van te kijken
Hoever je reizen kunt voor niet zo erg veel geld
Zodat je dromen en legenden mag bereiken
Waarover vroeger soms in boeken werd verteld
 
Een chartervliegtuig brengt je naar de meest uitheemse punten
Met vergezichten, palmen, oude kunst en romantiek
Inheemse dansen, markten, lekkernijen, kleren, munten
En alles even schilderachtig, leerzaam en uniek
 
Jawel, de hele wereld ligt nu voor je open
Het goed geprogrammeerde kleurendrukgebied
Toch kun je al die reisgeneugten ook ontlopen
Want zo onmisbaar zijn ze niet
 
De lome zomeruren dromen voorbij
Je ligt volkomen stil op de hei
De warme vlakte geurt en gonst om je heen
Je bent verrukkelijk alleen
Een blauwe hemel waar je haast in verdwijnt
De adem van een zon die heel nabij schijnt
Een ruimte waar je zonder drukte geniet
Gewoon maar een hogedrukgebied
 
Drs. P
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De Relikwibus



De Relikwibus heeft een steen,
die ligt op zijn balkon.
Daar hinkelt hij driemaal omheen
bij ’t opgaan van de zon.
God weet wat hem te wachten staat
als hij dat een keer overslaat.
  
De Relikwibus eet beschuit
met muisjes als ontbijt.
Per kleur telt hij die muisjes uit
voor alle zekerheid.
Een uitgebalanceerd dieet
voorkomt onnoemelijk veel leed. 
 
De Relikwibus heeft een vis
die rondzwemt in een kom.
Zolang de toestand gunstig is
maakt die zijn bocht linksom.
Maar draait hij naar de andere kant,
dan is er vast iets aan de hand.
  
De Relikwibus draagt een pet
die ooit de Sint hem gaf.
Hij heeft hem destijds opgezet
en zet hem nooit meer af.
Waait hij ooit weg of raakt hij zoek,
dan komt dat in het Grote Boek.
 
De Relikwibus heeft een baard
(naar voorbeeld van zijn pa)
waarin hij spiekbriefjes bewaart
met Dag en O en Tja.
Die antwoorden zijn altijd goed
als hij op straat iemand ontmoet.
  
Eens moet de Relikwibus gaan,
dan hinkelt hij naar zee
en bij het schijnsel van de maan
breekt hij zijn steen in twee.
Hij eet nog eenmaal een beschuit
en wuift zijn vis het zeegat uit.
 
Zijn pet heeft hij voor ’t laatst bewaard.
Hij mikt, hij slikt en staart hem na.
Hij frummelt even aan zijn baard
en zegt dan: ‘Tja.’