Zandkasteel
Pixabay
 
Ze zeggen: mannen huilen niet,
want huilen hoort niet bij een man.
Maar heeft hij zorgen of verdriet,
wat moet zo’n arme kerel dan?
Ze zeggen: mannen worden boos,
een man, hij vloekt of slaat erop.
Toch weende eertijds Willem Kloos
als bloesems braken in de knop.
 
Want zeden zijn vergankelijk,
voor nieuw geluid ontvankelijk
en van de tijd afhankelijk.
Ze houden zo lang stand
als de kastelen op het strand,
als vestingen van zand.
 
Men zegt: een vrouw hoort in haar huis,
het aanrecht is haar werkterrein,
dan blijft ze liefelijk en kuis,
wat vrouwen van nature zijn.
Zo deed een vrouw in vroeger tijd
als ze bejaard was, rijk of ziek.
De anderen deden landarbeid
of moesten werken in ’t fabriek.
 
Want zeden zijn vergankelijk,
voor nieuw geluid ontvankelijk
en van de tijd afhankelijk.
Ze houden zo lang stand
als de kastelen op het strand,
als vestingen van zand.
 
Men zegt: een man maakt zich niet op,
da’s onzin voor een echte vent.
Hij doet het met zijn eigen kop,
niet met make-up of permanent.
Maar wij beleven heus nog wel
een terugtocht naar de pruikentijd:
de popmuziek en ’t voetbalspel
hebben daartoe de weg bereid.
 
Want zeden zijn vergankelijk,
voor nieuw geluid ontvankelijk
en van de tijd afhankelijk .
Ze houden zo lang stand
als de kastelen op het strand,
als vestingen van zand. 
 
Ter nagedachtenis aan Willem Wilmink 25-10-1936 – 02-08-2003
Uit: Verzamelde liedjes en gedichten Uitg. Bert Bakker 2006
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Plantje

Een plantje, teer en weerloos op het oog

Kwam ondanks alle wind en regenvlagen

De sneeuw en ijzel van de laatste dagen

Geheel en al op eigen kracht omhoog

 

Onstuimiger dan het decemberweer

Is hier de naakte wil tot zijn gebleken

Die door geen storm of stortbui is te breken;

Nog woester gaat de levenswil tekeer

 

Ontembaar aangetrokken door de zon

Staat hier het resultaat van wat moest blijken

Terwijl het noodlot voor me staat te prijken

Denk ik aan hoe eens mijn bestaan begon

 

Naast dit natuurverschijnsel is zowaar

Mijn leven haast niet meer zo wonderbaar