Ik wacht tot mijn vriendin weer bij mij op de stoep zal staan
Het was nog middag toen wij zwijgend in de kamer stonden
Ik lig in bed, ik lees een strip, mijn leeslamp die staat aan
Ik tel al sinds het twaalf uur is geworden de seconden
Ze vroeg me, is er iets, ik zei, wat zou er moeten zijn dan?
en hoopte dat zij zeggen zou wat ik niet had gezegd
Ze lachte en ik lachte terug, daar had het alle schijn van,
Ze wierp me nog een handkus toe, ik dacht: ze meent het echt

Ze duwt me van zich af wanneer de wereld aan haar trekt
en houdt me vast zodra diezelfde wereld haar laat vallen
Ik doe precies hetzelfde, alles aan ons huisje lekt
Een lijden lijd je nooit alleen, je deelt het met z'n allen

Ze heeft me net gebeld, ze neemt vannacht de laatste trein
Ik antwoord alsof ik gezond heb tussen zonnebloemen
Mijn god, wat ga ik ver om niet alleen te hoeven zijn,
Of is dat wat de mensen, als het goed gaat, liefde noemen?
Nee, liefde is een dier, onzichtbaar groeiend langs een meetlat,
En pas als het volgroeid is toont het zich als leeuw of schaap
We moeten praten, zou ik moeten zeggen, maar ik weet dat
als zij in bed kruipt en me kust, ik doe alsof ik slaap

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Kom, zei het schaap Veronica



Kom, zei het schaap Veronica, ik ga eens krek gebruiken; 
dat spul schijnt heel erg goed te zijn, las ik laatst in de krant. 
Ik heb mijn buikje vol van lurken aan jeneverkruiken. 
En Ekstesie en wiet vind ik een slappe stimulant.

Ze ging eens naar de dominee: U kent de juiste mensen,
als u nu eens een afspraak maakt zorg ik wel voor de poen. 
En o, als ik toch nu een échte schapenwens mag wensen, 
dan roken we ons naar de hemel met de dames Groen. 

O nee! zo sprak de dominee, zoiets zou ik niet wagen!
Ik ben een man van God en wat u wil is niet legaal 
U liep, zei zacht het schaap, hierover anders niet te klagen 
Toen u mij als klein lammetje liet zuigen aan uw paal. 

Het vlees kan soms ook sterk zijn, zei de dominee. Wat drommel: 
u heeft gelijk, we maken er een vrolijk dagje van. 
Ik ken een goede dieler, die verkoopt me nooit geen rommel 
En haalt u dan de dames op? Zo snel als u maar kan? 

De dames Groen die lurkten zich de krampen in de kaken. 
Het was een mieters fuifje, vol met bloot en plukken wol. 
De dames Groen die ragden gillend op twee  pastinaken; 
de dominee nam stoond het lieve schaapje in haar hol.

De dag erop, verzadigd, met haar wolletje nog uit, 
nam een tevreden schaap een lekker nakkie tot besluit.