Het is een tijdje geleden dat er een gedicht van onze oprichter Quirien op de voorpagina stond, maar vandaag weer wel! 
 
lees
 
Ik vond mijn thuis een tijd bij Hasses bende
Was aan Alaska sinds zin één gehecht
Ik likete vlogs van Britt die niet bekende
 
Ik snapte Nathans wrede daden slecht
Maar snikte toen de rugzak werd gevonden
De twijfel leeft nog steeds, viel Jan wel echt?
 
Ik zwierf dik duizend pagina’s door London
Ontmaskerde oom Ben, kwam in verzet
Was door de bloedband met Ooba verbonden 
 
Ik móést wel vluchten met de amulet
Met Brahim streed ik tegen onze neven
En vaak lag ik naast Olivier op bed
 
Zo blijf ik eindeloos veel levens leven
En eindeloos veel levenslessen geven
 
Iris Kamp & Janneke de Jong-Slagman. co-auteur Peter van Duijvenboden:  Jeugdliteratuur en didactiek. Handboek voor vo en mbo (Coutinho, 2019)
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Het vagijntje



Door velen wordt ze aangeduid als zijnde het flamoesje,
dat klinkt aanmerk’lijk aardiger dan botweg klamme dot.
Of bruter nog: dan spreekt men van een kleffe druipsteengrot.
Veel vriendelijker is dan toch weer muisje dan wel poesje.

Hans Teeuwen houdt het op een natte la of zure sloot.
Eenvoudig als hij is noemt Youp van ’t Hek haar domweg kut.
Het ergste aller namen is beslist het woordje put,
dat past voor nog geen meter bij dit prachtig stukje schoot.

Ach, welke naam men haar ook geeft mij kan het niet veel
schelen.
Punani, schacht of schede, mossel, mösje, toefje, trut
of pruimpje, preutje, roosje, sneetje, oester dan wel frut,
‘k vind alles goed als ik er af en toe maar een mag strelen.

En hoe ze ook gekleed gaat, in een slip dan wel een stringetje,
ik vind haar sinds ik minnekoos het allerliefste dingetje.