Willie wist maar een paar reacties los te maken en dat verbaasde me niet echt, al is het moeilijker een originele te maken dan de meeste mensen denken. (Ik ga er maar gewoon van uit dat ze dat denken). Dan maar verder met onze reis en nu iedereen een beetje is bijgekomen van het Stuk wordt het tijd iets aardigs te zeggen van de Angelsaksen, waar ik zo op gemopperd heb.
Er worden door hen wel degelijk ook nieuwe versvormen ontwikkeld.
En het Stuk was ook een mooie en voorzichtige inleiding in de Dorsimbra, omdat die een combinatie vormt van een ouderwetse, degelijke en beproefde vorm en modern vrij vers.
Deze vorm is ontwikkeld door Frieda Dorris, Robert Simonton en Eve Braden (‘verklaar de naam Dorsimbra’) en bestaat uit drie coupletten van elk vier regels:

Couplet 1: vier regels als in een Shakespearesonnet (pentameter en rijmschema abab)
Couplet 2: vier korte en pittige regels in vrij vers
Couplet 3: vier regels in pentameter en blank vers; de slotregel is gelijk aan de beginregel.

Overlopen van de zinnen van het ene naar het andere couplet en binnenrijm (binnenhalfrijm) kunnen helpen de innerlijke samenhang te versterken. Een aardige vorm met mogelijkheden.
Een voorbeeld:

De pandabeer maakt veel gevoelens los:
Die zwarte vlekken in die witte kop
Dat kleurt zo prachtig bij het bamboebos
En dan dat neusje als van zoete drop!

En dat loopt de godganselijke dag
Bamboevretend en
Slingerschijtend
Rond te sloffen!

Wat is dat nou voor specialisatie
Alleen maar bamboe eten en niets meer?
Zo vráág je om extinctie, stommeling!
De pandabeer maakt veel gevoelens los

Een aardige vondst, niet moeilijk, maar met een heel eigen sfeer. Ik wacht handenwrijvend op de inzendingen.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Pthah-Sokaris

Ik zie mijzelf als welgeschapen heer
Hoewel het mij al dikwijls overkwam
Dat ik me bleek te uiten in geblaat
In plaats van wijze en verheven woorden

Ja, logisch: af en toe ben ik een ram
Natuurlijk wel in goddelijke staat
En afgebeeld in veel toeristenoorden
Dus praat ik verder met mijn rauwe stem

“Kras! Kras!” En iedereen is idolaat
(Behalve dan de geestelijk gestoorden)
En zegt bevlogen: “Hoor! Daar heb je hem –
De valkgod!” want dat ben ik evenzeer

Ik blijf maar onderling verwisselbaar
En houd me slechts met moeite uit elkaar


Pthah-Sokaris is eigenlijk een verzamelnaam voor drie Egyptische goden. Pthah, de hoofdfiguur, was de schepper en de vader der goden; zijn dienst ontstond in Memphis. Hij wordt afgebeeld in menselijke gedaante, met een scepter als symbool van macht. Als vormer van alle dingen is hij wel vereenzelvigd met Hephaistos (Vulcanus); tamelijk vergezocht. Hij was beschermheer van de kunstenaars. Sekmet, de godin met het leeuwehoofd, was zijn echtgenote en de stier Apis zijn zoon.

In zijn functie van Amon (oorspronkelijk de god van Thebe en gehuwd met Moet) kon hij de gestalte of minstens het hoofd van een ram aannemen. Toen zijn naam verbonden werd aan die van Re, de zonnegod, werd hij gezien als oppergod, en de Grieken herkenden in hem hun Zeus. Hij was de beschermer van de pharao’s.

Horus, de valk, was de god der stilte en een combinatie van de zonnegod Horus (nauwelijks te onderscheiden van Re) en het kind Horus, zoon van Osiris en Isis. Hij komt overeen met de Griekse god Apollo. Zijn embleem is de zonneschijf met vleugels.

(Uit: Fabelmensen, met tekeningen van Ed Koenders, uitgeverij Liverse, 2010)