Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

 


De maatschappij wil steeds dat je iets doét

De wekker roept het reeds dat je weer moet:

Sta op! Sta op! Je wordt verwacht!

Voor rusten is alleen de nacht!

En zo gaat dat je hele leven lang

Sta op tegen die slaafse martelgang!

 

Het klinkt misschien wel cru wat ik hier zeg

Maar handel vanaf nu met overleg:

‘Waarom? Waarom?’ Stel steeds die vraag!

Begin daarmee, begin vandaag!

Voer vanaf nu een innerlijke strijd:

Waarom verdoe ik hiermee al mijn tijd?

 

Dat is een plicht die te vermoeiend lijkt?

Zodat u schichtig nu mijn blik ontwijkt?

Val dood! Val dood! Geboren knecht!

Die nooit eens luistert, nooit wat zegt

En braaf doet wat als kind is aangeleerd

Val dood: een staat waarin u al verkeert!

 

Weer een bedenksel van Jan Turner, met iets meer body dan de vorige.

De staccato bestaat uit twee of meer zesregelige strofen met het rijmschema aabbcc in mannelijk rijm en een binnenrijm.

De eerste en laatste twee regels zijn vijfjambig, de middelste twee vierjambig.

De vierde lettergreep in de eerste en tweede regel rijmen.

De eerste twee jamben in regel 3 bestaan uit een herhaalde oproep, een motto, verzuchting o.i.d. (Te gek! Te gek! Wat nu? Wat nu? Vooruit! Vooruit! Kijk uit! Kijk uit! Geef gas! Geef gas!)

Deze wordt één keer herhaald aan het begin van regel 6.

De bedoeling van de staccato is korte herhalingen abrupt af te breken en is bedoeld voor sterke emoties, legerinstructies, benadrukte menselijke emoties (Dat haar! dat haar!), afijn, zaken waar een sterk e, staccato herhaling gewenst is.

In regel 3 zijn de uitroeptekens verplicht in regel 6 vrij.

Het binnenrijm in regel 1 en 2 mag verplaatst worden als het metrum dat vereist.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een hondenleven



ik kocht je steeds het allerbeste voer
al heb je dat bij leven nooit geweten
je schroomde niet om keutels op te eten
en peuzelde de kruimels van de vloer

ik kreeg je toen je één was van een boer
je had een keer naar kinderen gebeten
sindsdien lag je te kwijnen aan een keten
je dagen sleet je wakend op de cour

zo anders werd het toen ik jou in huis nam
ineens had ik gezelschap voor een praatje
je leerde mij de notie hondse trouw

je kwispelde zodra ik 's avonds thuiskwam
je was een lief en uitgelaten maatje
en blafte ook veel minder dan mijn vrouw