Intermezzo uit het Woordenboek der Engelsche spreektaal van de heer Barentz

 

RHYMING SLANG.

Behalve het Slang, dat in dit werk is opgenomen, bestaat er nog een rhyming slang, dat speciaal gesproken wordt door de verkoopers van straat-litteratuur en de handelaren in verschillende artikelen die op straat en markt de goegemeente in verbazing brengen door hun welbespraaktheid.
Het eenig opmerkelijke hieraan is dat het rijmwoord w e g g e l a t e n wordt, zoodat daisy roots wordt d a i s i e s, Christmas card wordt Christmas enz.
Wij laten hier een lijst van eenige dier woorden volgen, ofschoon wij moeten oprnerkzaam waken, dat niet alleen dit „rhyming slang" van zeer ephemeren aard is, maar bovendien in vele gevallen geheel afhankelijk is van den spreker en er dus geen enkele reden bestaat waarom b.v. het rhyming slang voor steak zijnde Ben flake niet door dezen of genen gewijzigd zou worden tot John cake of zoo iets dergelijks. Ik heb in onderstaand lijstje dan ook slechts eenige typische voorbeelden gegeven, waarvoor ik meende een goede autoriteit te hebben. Daar dit slang echter noch in de litteratuur voorkomt, noch in die klassen van de maatschappij waarin de gebruikers van dit woordenboek ooit zullen verkeeren, geloof ik dat niemand dit betreuren zal. Ten einde het rijm goed te doen uitkomen geef ik niet de vertaling, maar het woord waarvoor het rijmwoord in de plaats treedt. Deze woorden zijn alle zoo eenvoudig, dat degeen, die dit boek gebruikt, daar zeker wel geen bezwaar in zal zien.

Tenslotte wil ik hier nog wijzen op een nieuw soort van Slang door den uitgever „Centre Slang" genoemd en dat hierin bestaat, dat de middelste klinker beginletter wordt en voor de rest letters worden bijgevoegd naar willekeur. Wegens gebrek aan gegevens kan ik hiervan echter geen voorbeelden geven



Abraham ('s willing), shilling.

Artful (dodger), lodger.

Battle (of the Nile), tile (hoed).

Bushy (Park), lark.

Chevy (Chase), face; Ook chivy of

chivvy.

Christmas (Card), guard.

Dai,y roots, boots.

Ding-dong, song.

Elephant's (trunk), drunk.

Everton (toffee), coffee,

Finger (and Thumb), rum.

Carden (gate), magistrate.

Hounslow (Heath), teeth.

I'm afloat, boat of coat. Ook Inner.

Jack-a-dandy, brandy.

Lump (of coke), bloke (man).

Mince pies, eyes.

Never fear, beer.

Over the stile, sent for trial.

Paddy (Quick), stick of thick.

Raspberry (tart). heart.

Rory o'Nore, door of floor.

Sky(arocket), pocket.

Sugar (and honey), money.

BACK SLANG.

 

Een ander soort van slang en nog wel een dat, volgens denzelfden autoriteit, in de laatste jaren nog al veel verspreid is, is het „back-slang."
Dit bestaat hierin dat de woorden achterste voren geschreven — of beter uitgesproken worden. Om den toehoorder, zoo mogelijk nog meer te mystificeeren worden bovendien sommige lange woorden verkort en woorden van een lettergreep die eindigen op twee medeklinkers gewijzigd door invoeging van e of verplaatsing der letters. Zoo is bv. een shilling in back-slang" generalize en wordt verkort tot g e n, terwijl pound wordt omgezet tot dun op en cold en drunk voor den dag komen als d e l o c en k e n n u r d. Andere woorden nemen weer de e als beginletter aan waardoor girl b v. gewijzigd wordt tot e l r i g ; terwijl ten slotte h aan het begin van een woord wordt beschouwd als te zijn voorafgegaan door een c waardoor hat wordt omgekeerd tot tot c h en b v. half tot flatch.

Ook hiervan laten wij een klein woordenlijstje volgen, meer ter wille der volledigheid dan wel in het idee dat een der beoefenaren ooit hiervan eenig praktisch nut zal hebben of er eenig gebruik van zal kunnen of willen maken. Ik zal dan ook slechts volstaan met de munten.

 

Flatch, halfpenny.

Yannep, penny.

Owt-yanneps, twopence.

Erth-yanneps, threepence.

Roaflanneps, fourpence.

Evif of ewif-yanneps, fivepence.

Exis-yanneps, sixpence.

Nevis-yanneps, sevenpence.

Tealel' of theg-yanneps, eightpence.

Enin-yanneps, ninepence.

Net-yanneps, tenpence.

Nevele-yanneps, elevenpence.

Evlenet-yanneps, twelvepence.

Generalize, shilling.

Yannep-Hatch, three-halfpence.

t-yannep-Hatch, twopence-halfpenny.

Gen or eno gen, one shilling.

Owt gens, two shillings etc.

Yenork, crown.

Flatch-yenork, half-a-crown.

Flatch a dnnop, half a pound.

Dunop, pound.”

(
wordt vervolgd)


Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Een kruisweg van alledaags leed

 



‘Hé Bas.’
‘Ja.’
‘Weet je wat ik denk dat nog nooit in de geschiedenis van de mensheid gedaan is?’
‘Nou?’
‘Een sonnettenkransenkrans. Een sonnettenkrans van sonnettenkransen.’
‘Dat is een behoorlijk absurd en megalomaan plan. Gedoemd om te mislukken. Wanneer beginnen we?’

Een paar weken terug vond dit gesprek plaats op het kantoor waar ik samen met Bas Jongenelen werk. Hij promoveert er op humor in de middeleeuwse literatuur in 1561, ik schrijf er mijn verhalen. We begonnen met rekenen en tellen – is het überhaupt mogelijk een sonnettenkrans van sonnettenkransen te schrijven? [Ja, het is mogelijk] Hoeveel sonnetten móeten we dan wel niet schrijven? [196] en zijn er wel genoeg rijmklanken in de Nederlandse taal om het tot een mooi en spannend vormast spektakelstuk te maken? [Ja. Maar makkelijk wordt het niet].
Na twee weken tekenen, tellen en opnieuw beginnen hebben we het hele plan in kaart gebracht en zijn we gaan schrijven. Daarbij kregen we wat hulp van bevriende dichters (onder anderen: Peter Knipmeijer, Jaap van den Born, Rosanne Hertzberger, J.A. Dér Mouw en Jeroen Kant). We schreven tot op heden 44 sonnetten. Nog 152 te gaan.



De kransenkrans

In het kort komt het hierop neer: een sonnet is een gedicht van veertien regels, met een bepaald rijmschema [in ons geval voornamelijk abba abba cde cde], een bepaald ritme [in ons geval vijfvoetig jambe] en een wending na de 8e regel. Een sonnettenkrans bestaat uit 14 opeenvolgende sonnetten waarbij de laatste regel van het eerste sonnet de eerste van het tweede is. De laatste regel van het tweede is de eerste van de derde – en zo verder, tot en met het veertiende sonnet, waarvan de laatste regel weer de eerste is van het eerste sonnet. Daarnaast moeten alle veertien laatste regels weer een kloppend vijftiende sonnet opleveren. Wederom in dat vooraf vastgelegde rijmschema.

Dus wanneer een mens veertien sonnettenkransen schrijft, krijgt hij veertien (vijftiende) sonnetten die opgebouwd zijn uit de veertien ‘basissonnetten’. Die veertien sonnetten moeten op hun beurt ook weer samen een sonnettenkrans opleveren – en dáár moet dan ook weer een kloppend vijftiende sonnet uit komen. Nooit eerder in de geschiedenis van de Nederlandse literatuur werd er een sonnettenkransenkrans geschreven. Wij begrijpen waarom. 

Een kruisweg van alledaags leed

De titel van de kransenkrans wordt Een kruisweg van alledaags leed waarin de veertien sonnettenkransen samen de veertien staties vormen. Staties van alledaags leed met als ‘fysieke ongemakken’, ‘problemen rond eten en drinken’, ‘Klusjes om en rond het huis’, ‘het debacle dat vriendschap heet’ en ‘teleurstelling in de liefde’. Een op-en-top vrolijke bundeling van gedichten, begrijpt u wel. Later, uiteraard, meer hierover.

Ps. Vooruit. Nu we er toch zijn, een voorbeeldje:

Mijn werkster geeft zichzelve zelden bloot:
Zij kent de onderkant van kast en le-
dikant, maar ook de kooi van Faraday?
Ze zingt wel psalmen als een idioot.

Ik dreigde met de ure van haar dood:
‘Nu stop met zingen en maak schoon die plee!’
‘De profundis clamavi, Domine,’
Zong zij haar psalm en zij gedroeg zich groot.

Ruwhouten planken en vergeten kieren,
(want zij behoort al kruipend tot de dieren)
en koeienmest, die kent zij ook geheid.

Ik ging naar Bommel om de brug te zien,
maar toen ik thuiskwam, was zij weg, die Trien.
’k Ben Brahman, maar we zitten zonder meid.

– Bas Jongenelen

‘k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid.
Ik doe in huis het een’ge dat ik kan:
‘K gooi mijn vuilwater weg en vul de kan;
Maar ‘k heb geen droogdoek; en ik mors altijd.

Zij zegt, dat dat geen werk is voor een man.
En ‘k voel me hulp’loos en vol zelfverwijt,
Als zij mijn lang verwende onpraktischheid
Verwent met wat ze toverde in de pan.

En steeds vereerde ik Hem, die zich ontvouwt
Tot feeërie van wereld, kunst en weten:
Als zij me geeft mijn bordje havermout,

En ‘k zie, haar vingertoppen zijn gespleten,
Dan voel ik éénzelfde adoratie branden
voor Zon, Bach, Kant, en haar vereelte handen.

– JA Dèr Mouw

Voor Zon, Bach, Kant en haar vereelte handen
ben ik bereid om heel erg ver te gaan
Ik laat mijn voorgenomen klussen staan
Zou zo mijn hele huis en haard verpanden

Maar’k zou van regen in de drup belanden
Want, hoe, mijn god, begint een mens daaraan?
Het moet gezegd: de was moet ook gedaan.
Huishoudelijke plicht mag niet verzanden…

Voor haar vereelte handen, Kant, Zon, Bach,
wil ik echt héél ver gaan, zoals u weet!
Ach nee: da’s overdreven stoere praat…

Dus verf ik plinten, adem diep en lach
Want ferme taal is niet aan mij besteed –
Ik ben nu eenmaal zuiver op de graat

– Martijn Neggers