Tel ik straks zeven kruisjes? O wat oud! Ik zet de bloemetjes nog dolgraag buiten en voel me verre van verdord en koud al hoor ik nooit een man meer naar me fluiten.
Toch zijn mijn oren goed, ik kan ze sluiten: wat ik wil horen hoor ik, verder niet. Vaak kijk ik vergenoegd in spiegelruiten – maar dat doe ik uitsluitend onbespied.
Ik ben nog lang geen stramme zielenpiet en lonk zelfs hooggehakt, in hippe kleren naar wat aan zoveelplussers overschiet. Helaas zien zij dat niet, de leuke heren.
Uit angst het flirten té vroeg af te leren maak ik sinds kort op hele kleintjes jacht, ook hen wil ik met knipogen charmeren. Met groot succes: haast elke baby lacht!
Maar toen een toch best knappe opa dacht dat ik met hém, niet met die uk, wat wilde en hitsig vroeg: kom jij bij mij vannacht? Hoe ik toen plots tot oude tang verkilde!