Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Als ik haar zie, voel ik een diep verlangen
ik neem haar op mijn schoot en streel haar flank
en platte buik, haar lange hals zo slank,
ik word door inspiratiestorm bevangen

Maar ach, in plaats van zinderende zangen
komt uit haar binnenste een kille klank
ze reageert met een getergd gejank
de schaamte stijgt me dan ook naar de wangen

Dan leg ik haar mistroostig in haar kist
ik heb gefaald! Ik wek haar niet tot leven
mijn onmacht valt me onvoorstelbaar zwaar

Het stemt me droef, hoewel ik al wel wist
dat wat ik met haar wil, ze niet kan geven
ze is en blijft tenslotte een gitaar

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Braambos



’t Is tijd om bij de dominee de tuin wat op te schonen
Zo dacht het schaap Veronica; de herfst is in het land
De groenten zijn geoogst, de rode bieten en de bonen
En ook de hele preivoorraad ligt geurend in de mand

Dus toog ze nijver aan het werk met schoffel en met scharen
En harkte al het blad tezamen op een fikse hoop
De dominee sprak schuldbewust met brede armgebaren
Ik kan helaas niet helpen, schaap, we hebben straks een doop

Vooruit maar sprak Veronica: ‘k heb verder niets om handen
En werk hier in het zweet des aanschijns tot het derde uur
Die takkenboel en bladafval kan ik vast weg gaan branden
Met olie, krant en lucifers ontstond een stevig vuur

Het knapperde gezellig en het loof begon te gloeien
De wind stak op en plotsklaps liep het vuurtje uit de hand
Een rookpluim steeg zes meter hoog, je zag de vlammen groeien
Veronica schrok flink en gilde: Help toch mensen, BRAND!

Die kreet klonk onverwacht; men was de Here aan het loven
De dominee, de koster, heel het kerkvolk schrok zich lens
Het doopvont kwam ter plaatse om de vlammenzee te doven
Ach gut, riepen de dames Groen, de braam staat in de hens

Wat jammer nou, sprak dominee met rokerige stem
We halen bij de super wel een potje bramensjem