demaenhefnacht

Recent verscheen een nieuwe bundel van Ton Peters (Dieren, 1952), op Het vrije vers ook bekend onder zijn pseudoniem Otto van Gelder. De presentatie vond op 1 november plaats in het Huus van de Taol te Beilen. De maon hef nacht under de nagels bevat gedichten van de bekende Amerikaanse dichter Ted Kooser – winnaar van de Pulitzerprijs in 2005 en twee jaar lang Poet Laureate – en Peters’ vertalingen ervan in de Drentse taal.
Peters vond het vreemd dat een dichter van zijn kaliber in ons land nog niet vertaald was. Ofschoon Kooser geen lightversedichter is, nam Peters de prijzenswaardige taak op zich diens vrije verzen te vertalen.
Op de website van Woest en Ledig is een uitgebreid verslag van de presentatie te lezen. 
 
Uit de bundel het gedicht 'At the Cancer Clinic' en Peters' vertaling.
 
She is being helped toward the open door
that leads to the examening rooms
by two young women I take to be her sisters.
Each bends to the weight of an arm
and steps with the straight, tough bearing
of courage. At what must seem to be
a great distance, a nurse holds the door,
smiling and calling encouragement.
How patient she is in the crisp white sails
of her clothes. The sick woman
peers from under her funny knit cap
to watch each foot swing scuffing forward
and take its turn under her weight.
There is no restlessness or impatience
or anger anywhere in sight. Grace
fills rhe clean mold of this moment
and all the shuffling magazines grow still.
 
 
In de kankerkliniek
 
Ze wordt tot an de lösstaonde deur hölpen
die hen de underzuuksruumtes voert
deur twei  jonge vrouwen, heur zussen ducht mij.
Elk bög met het gewicht van een arm
en stapt veuroet met onverzettelijke
moed. Op wat een grote ofstand lek
te weden, holdt een verpleegster de deur lös,
glimlachend en heur anfieternd.
Wat is ze geduldig in de frisse, witte zeilen
van heur goed. De zieke vrouw
gloept under heur grappig breide mus
um naor het schoeven van elke voet te kieken
die heur gewicht um beurten drag.
Der is gien ongedurigheid of ongeduld
of kwaoigheid argenswaor te zien. Genade
vult de schone mal van het moment
en al de ritselnde tiedschriften valt stil.
  
De maon hef nacht under de nagels (Het Drentse Boek, 2019); ISBN 9789065090829, € 17,50
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Papieren tissue (Acrostichonsonnettenkrans)



1

per saldo heeft mijn leventje geen doel
relaxed, die nutteloosheid te aanvaarden
om samen met wat andere bejaarden
plezier te hebben in een potje pool

persoonlijk vind ik strebers niet zo cool
en zakelijke types zonder waarden
negeer ze, de fanaten met hun zwaarden
ik sneuvel in dat hectische gewoel

nochtans voel ik mij ledig dezer dagen
een kind of partner heb ik nooit gehad
een buitenstaander kan dat vast verklaren

neerslachtig moet ik eenzaamheid verdragen
loop enigszins zwaarmoedig door de stad
ambities heb ik langzaam laten varen

2

ambities heb ik langzaam laten varen
voorheen was ik leergierig als pupil
ooit brandde in mijn lijf een sterke wil
nadien moest ik dan zitten op de blaren

de ratrace kent de nodige bezwaren:
een twistgesprek of zakelijk geschil
naargeestige verwijten, hard en kil
verliezers met afgunstige gebaren

op zich ben ik gelukkiger dan eerder
leer vaker te genieten van de rust
helaas komt met de leeftijd ook het maren

ontmoedigd, tevens ongeconcentreerder
ontredderd soms, en doorgaans zonder lust
prestaties worden minder met de jaren

3

prestaties worden minder met de jaren
onthouden kan ik weinig anno nu
toch had ik ooit een redelijk IQ
laatdunkend keek ik neer op halvegaren

opmerkelijk, teloorgang te ervaren
opeens ontbeert je lichaam een surplus
de scherpte en gevatheid vallen, cru,
geleidelijk ten prooi aan bijl en scharen

ook medisch ben ik hopeloos geschaad:
mijn eetpatroon veroorzaakt flatulentie
en veelal zijn mijn darmen net Kabul

tenslotte nog die grotere prostaat
urinebuisontsteking, impotentie;
ik noem het maar een onderbuikgevoel

4

ik noem het maar een onderbuikgevoel
naar later bleek, zo zeiden de doktoren,
veroorzaakt door kwaadaardige tumoren
amok door malle genen in mijn poel

luchthartig deed mijn arts, een kille troel
ze meldde de prognose unverfroren
ik wilde alle opties niet meer horen
neem coûte que coûte de chemo, zei ze koel

de kansen op genezing zijn nihil
en menigmaal bedenk ik fatalistisch:
laat razen maar, dat kankergekrioel

en ook al ben ik verre van stabiel
toch ben ik grosso modo realistisch
er ploegen diepe groeven door mijn smoel

5

er ploegen diepe groeven door mijn smoel
ik blikte laatst eens rond in mijn verleden
nostalgisch, door de zolder te betreden
daar lagen van die filmpjes op een spoel

een sjoelbak waar ik nimmermeer op sjoel
langharige tapijten, dikke kleden
ook fotoalbums van diverse steden
zo prachtig: Oslo, Singapore, Seoel

een leven lang herinneringen scannen
straks gaat het in de vuilbak ongezien
lachwekkend wat de mensheid wil bewaren

een einde komt nabij, valt niet te plannen
uitputtend is de chemo bovendien
recent verdween mijn laatste plukje haren

6

recent verdween mijn laatste plukje haren
een spiegel toont een afgetakeld hoofd
verouderd en van wimpertjes beroofd
ik koester de gevallen exemplaren

sommerend zal de dood zich openbaren
een vlam wordt voor de eeuwigheid gedoofd
en ik, die nooit in hemel heeft geloofd,
rot weg onder een grafsteen met lantaarn

het einde van een eenling is dramatisch
een boedel die door erven wordt gestript
roofzuchtig als een stelletje barbaren

zo mijmerde mijn spiegelbeeld apathisch
in feite was ik kaal maar ook verknipt
een tijdje zat ik gemelijk te staren

7

een tijdje zat ik gemelijk te staren
ik wilde nog wat doen, die laatste tijd
gedichten componeren vol jolijt
een avondje met whisky en sigaren

na uren bracht mijn kat me tot bedaren
zo zielig voor dat beest, die kleine meid
is dadelijk haar baas voor altijd kwijt
navrant, ik kan dat leed haar niet besparen

nerveus en melancholisch blijf ik thuis
ik koester het vertrouwde en bekende
genietend van de kat en haar gekroel

mijn wereld is gekrompen tot mijn huis
alhier is het hanteerbaar, de ellende
normaliter verpoos ik in mijn stoel

8

normaliter verpoos ik in mijn stoel
ik puzzel wat met spelprogramma's mee
en 's avonds kijk ik films op de tv
toegeeflijk laat ik mooi de boel de boel

ik neurie Billie Holiday - zo zwoel
geniet daarnaast van Mozart en Fauré
ik luister naar Chet Baker op elpee
soms Supertramp (Fool's Overture en School)

inmiddels ben ik alsmaar in gevecht
een plasje kost me minstens een kwartier
nochtans zijn mijn gedachten coherent

ik strompel, door mijn kwellingen geknecht
en hunker naar een afscheid op papier
terloops vermeld: ziehier mijn testament

9

terloops vermeld: ziehier mijn testament
een nagelaten terugblik in gedichten
mijn poging om het leven te verlichten
postuum wordt deze tekst misschien bekend

een plechtigheid wordt zeker niet gepland
recepties evenmin, ook geen berichten
twee boekenkasten gaan naar verre nichten
die stuurden me een kaartje, heel attent

een tweede zware wedstrijd gaat beginnen
een stapel wit papier ligt op de grond
nu hoop ik dat de tijd me is gegeven

na aarzeling ontstaan de eerste zinnen
uit flarden vormt zich langzaam een verbond
ik maak het eer mijn hand teveel gaat beven

10

ik maak het eer mijn hand teveel gaat beven
neuralgische problemen heb ik zat
vergroeiingen en duimen met een wrat
en tevens zijn mijn pezen gaan verkleven

nog altijd heb ik amper iets geschreven
tien blaadjes reeds een vogel voor de kat
ik had ze met geleuter volgeklad
een vijftiental sonnetten is het streven

verschillende probeersels niet bewaard
een boekje voor het checken van de spelling
klein kuiltje van een potlood in mijn kin

lamlendig gooi ik proppen in de haard
uitputtend werk ik door aan mijn vertelling
strijdvaardig, tegen beter weten in

11

strijdvaardig, tegen beter weten in
oprecht bezorgde artsen adviseren:
laat rusten al dat werk, u moet kalmeren
is prima, drink ik fijn een flesje gin

tot gister geen illusie dat ik win
al blijf ik mijn sonnetten componeren
ik vind ze filosofisch prut met peren
rijmtechnisch wereldschokkend evenmin

en meestal denk ik, als ik iets herlees:
dit stukje is volkomen onvolwaardig
wat ben je een mislukking als scribent

allengs ontspint zich eindexamenvrees
al vind ik een kwatrijntje soms wel aardig:
sporadisch ben ik enigszins content

12

sporadisch ben ik enigszins content
toevallige trouvailles die me raken
revisies die de dictie vervolmaken
ideeën over woord- of zinsaccent

kieskeurig injecteer ik sentiment
taalkundig blijkt het menigmaal te kraken
ik ploeter en geef opening van zaken
neem dichterlijke vrijheid consequent

doch dikwijls denk ik als het niet wil lukken:
ik ben als literator een schlemiel
vooral met dure woorden ga ik zweven

in feite ligt mijn wezen hier in stukken
derhalve zijn mijn pogingen futiel
uiteindelijk is schrijven net als leven

13

uiteindelijk is schrijven net als leven
in eerste aanleg draait het om je vuur
ten tweede om een scheppende natuur
een kans om een geschiedenis te weven

rancune wordt als drijfveer overdreven
standvastig moet je werken aan structuur
tenminste voor de middellange duur
maar deze ouwe jongen heeft maar even

als nieuweling op onbekend terrein
laveer ik langs pionnetjes en kegels
ik worstel mij van einde naar begin

dus volgt, zodra ik - wroetend in mijn brein -
een woud betreed van ongeschreven regels,
een zoektocht naar de essentiële zin

14

een zoektocht naar de essentiële zin
voor menigeen een opdracht om te vrezen
een rotklus voor een onbeduidend wezen
nooit gaf ik me gewonnen niettemin

gewoonlijk hield ik stug de moed erin
opstandig toen gezondheidsvragen rezen
een ongemak dat nimmer zou genezen
dicterend als een ware schikgodin

dit speelveld van mijn leven bleek omheind
en ik – niettegenstaande idealen
ben simpelweg geworden wie ik ben

aan alle goede dingen komt een eind
als laatste sluit ik, moe van alle kwalen,
sereen mijn oude ogen en mijn pen

15

per saldo heeft mijn leventje geen doel
ambities heb ik langzaam laten varen
prestaties worden minder met de jaren
ik noem het maar een onderbuikgevoel

er ploegen diepe groeven door mijn smoel
recent verdween mijn laatste plukje haren
een tijdje zat ik gemelijk te staren
normaliter verpoos ik in mijn stoel

terloops vermeld: ziehier mijn testament
ik maak het eer mijn hand teveel gaat beven
strijdvaardig tegen beter weten in

sporadisch ben ik enigszins content
uiteindelijk is schrijven net als leven
een zoektocht naar de essentiële zin