Seriedicht met refreinregels, dat in Italië in de middeleeuwen is ontstaan. In Engeland was het populair in de zeventiende eeuw.

Opvallend aan het carol is dat er in drie opeenvolgende regels dezelfde rijmklank wordt gebruikt

Rijmschema

A1A2 bbb(a of A 1 of A 2 ) ccc(a of A 1 of A2)... en desgewenst af en toe A 1 A 2


Overige informatie

Fraaie vorm, niet eenvoudig te maken. Het is mooi om de a-regels kort te houden.


Meer informatie

Zie 'Versvormen, leesbaar handboek', Drs. P, Uitgeverij de Stiel, Nijmegen 2000


Voorbeeld 

Japan

Gedweep met Japan
Ik krijg er wat van

We zijn goed bevriend met een stel in de stad
Hij is heel innemend en zij is een schat
Maar waar wij wat moeite mee hebben is dat
gedweep met Japan

Je komt bij ze binnen, de schoenen gaan uit
De voeten gewassen, met lotus gekruid
Een zijden kimonootje strak op de huid
Ik krijg er wat van

Je zit bij die mensen direct op de vloer
Je krijgt wel een kussen; het helpt je geen moer
Je knabbelt een koekje van vogelenvoer
Gedweep met Japan

Gedweep met Japan
Ik krijg er wat van

Je moet steevast eten en krijgt altijd vis
Alsof dat het enige is dat er is
Ik ben dan zo dat ik mijn biefstukje mis
Ik krijg er wat van

Ze doen wel hun best, maar ja, alles is rauw
De wijn is te warm en de groente te lauw
Als logisch gevolg van traditiegetrouw
gedweep met Japan

En traditioneel is vooral het bestek
Een bron van frustratie en uren gesprek
Ik krijg visioenen van zuurkool met spek
Ik krijg er wat van

Gedweep met Japan
Ik krijg er wat van

We danken het stel voor het fijne diner
Onvast door de honger en door de sake
Ontvluchten wij, waggelend als een pygmee
't gedweep met Japan

De tuinvijver glinstert mystiek door de maan
Onwezenlijk kijken de karpers mij aan
Ze eten mijn braaksel en sterven spontaan
Dat krijg je ervan

Gedweep met Japan
Ik krijg er wat van.

(Aart Terpstra & Ton Schuringa op www.versopmaat.nl)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Christiaan Abbing tweede NK light verse

christiaanlijst
 
Christiaan Abbing uit Veenendaal is tweede geworden bij het Nederlands Kampioenschap Light Verse Dichten 2020. 
Een van zijn ingezonden gedichten. 
 
ODE AAN CANON IN D
 
Die canon hè, die blijft me fascineren
Al denk ik soms: nu weten we het wel
De melodielijn blijft maar repeteren
Het intrigeert vanaf de eerste tel
 
Al denk ik soms: nu weten we het wel
De melodielijn blijft maar repeteren
De componist weet met zijn notenspel
Je oor volledig te hypnotiseren
 
De melodielijn blijft maar repeteren
En zit je even niet zo lekker in je vel
Dan helpt de lome basklank je kalmeren
Je adem daalt, je hart gaat minder snel
 
Die lage bas, violen hoog en schel
Die langs de notenbalken voltigeren
Eerst kalm, maar gaandeweg ook scherp en fel 
Die canon hè, die blijft me fascineren
 
Een fijne achtergrond bij het studeren
Ook onderweg een prima reisgezel
Die canon hè, die blijft me fascineren
Al denk je soms: nu weten we het wel
 
Al is er veel meer werk van Pachelbel 
Die canon hè, die blijft me fascineren
Nu denk je vast: dát weten we nu wel
Je plaat zit vast, je blijft maar repeteren
 
https://christiaanabbing.wordpress.com
 
 
Jurylid Nicolette Leenstra over Christiaan Abbing 
'Die Canon hè, die blijft me fascineren'
 
Christiaan Abbing , de winnaar van 2019, is een echte Plezierdichter. Hij geniet van constructies met de beperking van rijmklanken. Hierbij behoudt hij een natuurlijke flow. In zijn lichte verzen komen actualiteit én cultuur aan bod. 
Hij heeft mij /de jury vermaakt met zijn gelaagde sonnet over de advocatuur, waarbij hij meesterlijk speelt met  enjambement en ambiguïteit. Ook zijn sonnet  #blijfthuis over hardlopen tijdens corona getuigt van inventiviteit. Hij was een echte kilometervreter. Via drie rijmklanken bewegen wij mee naar de tragische afloop.
Even geslaagd is de parlando klinkende beschouwing over Pachelbels Canon in D. Die Canon hè, die blijft me fascineren. Vergis u niet! Virtuoos gebouwd op twee rijmklanken schreef Christiaan  een pantoumvariant van 6 strofen.  Een goedgekozen vorm:  de regelherhaling illustreert de basso ostinato van de Canon. Muzikaal, geestig, een ironisch slot. Nog een paar kleine onvolkomenheden bijschaven, dan is dit subliem vakwerk.