De bref double is een veertienregelig gedicht, maar geen sonnet. Opvallend aan de bref double is dat er een groot aantal regels niet rijmen.

Jonger en slanker broertje van de lai. 10 regelig gedicht. Vrij metrum maar wel regelmatig.

Vrolijk Pasen!

De Constanza is bedacht door Connie Marcum Wong en bestaat uit vijf of meer drieregelige, vierjambige strofen.

De eerste regels van alle strofen zijn als een zelfstandig gedicht, in monorijm te lezen, waarbij de overige regels voor de broodnodige verdieping zorgen.

Zeer geschikt voor een serieuze aanpak en om iets moois tot stand te brengen.

 



Luspoëzie (Loop Poetry) is een vorm, bedacht door een zekere Hellon.
Vier regels met rijm abcb, that’s it.

Het laatste woord van de regels is tevens het eerste woord van de volgende regel.

Dit lijdt tot semi-diepzinnigheden als:

Skin so delicate

delicate as a rose

rose that will blossom

blossom as it grows

.

WWDW
winnaars WWDW2022
Voor de 26e keer organiseerde Bibliotheek Almelo de jaarlijkse Willem Wilmink Dichtwedstrijd. Het in te zenden gedicht diende ergens de door een gastdichter gegeven regel te bevatten.
 
Dit jaar was het de beurt aan Dorine Wiersma – zij werd door de vorige gastdichter, Mylou Frencken, uitgenodigd om deze regel te bedenken. Wiersma kwam met de volgende regel: “Het allerbeste is nog altijd rustig blijven”.
 
Er zaten helaas dit jaar geen prijswinnende gedichten van bekende dichters van Het Vrije Vers bij, hoewel Robin Veen onlangs nog meestreed in de finale van het laatste kampioenschap ‘Light verse dichten’ en ook Onno-Sven Tromp bij velen van de Vrije Vers-dichters al geen onbekende meer is.
Remko Koplamp maakte, na zijn vorig jaar behaalde eerste plaats, deel uit van de jury.
 
Na het spannende aftellen (de 10 overgebleven genomineerden werden van plaats nr. 10 tot aan de uiteindelijk eerste plaats naar het podium geroepen on daar hun gedicht voor te lezen) kwamen de volgende dichters op de eerste drie plekken terecht:
 
Op 3: Onno-Sven Tromp met onderstaand vormgedicht:
 
 
Jij kwam en
liep vanuit het
niets mijn leven
binnen, je was een
zon die licht schonk
aan een grijze dag.
Mijn denken stokte
en ik was totaal van
slag, ik raakte in
een paar
seconden
buiten zinnen.
Het allerbeste is nog altijd
rustig blijven, hoe vaak had ik dat
al niet in mezelf gezegd? Waarschijnlijk
overtuigde het me toch niet echt, want ik
besloot meteen een vormgedicht te schrijven.
Ik greep mijn kroontjespen en maakte
weidse krullen, ik schetste jouw
contouren met de grootste
sier. Je beeltenis verscheen in
letters op papier, met jou kon ik
gemakkelijk een schrijfvel vullen.
Ik schiep je hoofd, om daarna zwierig af
te zakken langs je haren, oren, schouders,
armen en je rug. Ik kwam wat traag op gang
maar later ging het vlug, ik kreeg de smaak van
jouw figuur steeds meer te pakken.
Pas bij je onderlichaam
moest ik op gaan letten,
mijn pen gleed eerst nog
vlot en stijlvol langs een
been, om hortend uit te
komen bij je kleine
teen: ik had de
eer om daar
de laatste
punt te zetten.
 
 
Op 2: Tineke van Roozendaal met:
 
La vida es ahora
 
la vida es ahora
we nemen het verleden mee
in ons lichaam, in onze geest
als een kracht, als een trauma
wat geweest is, is geweest
 
la vida es ahora
we weten niet wat komen gaat
flux of een vreemd magnetisch veld
een komedie of een drama
grillig als het klimaat
 
la vida es ahora
onstuimig vloeit het water richting zee
het allerbeste is nog altijd rustig blijven
en leren leven met corona
we bewegen met de getijstroom mee
 
En op 1: Anje Gnodde met:
 
Ochtend
 
Je voelt je traag vandaag,
het bloed stroomt stroperig
door je aderen, een aangename
suis zoemt in je hoofd.
 
Maar de wekkerradio gilt moord
en daarna brand en dan een botsing
op de snelweg richting Zeist.
Je gaapt jezelf uit bed.
 
De sokken doen aan partnerruil,
je spijkerbroek besloot een
koffievlek te nemen, spottend
grijnst een bloes met alle rimpels
die ze maken kan.
 
Geen ontbijt, het laatste brood begon
een tuintje in de kleuren blauw en groen.
Een haastig glaasje water spartelt koud
je slaperige slokdarm in.
 
De Gazelle in de schuur
staat nog in meditatiestand;
in zacht contact met moeder aarde,
volledig uitgeademd, leeg.
 
Je zou willen sprinten als een hinde
maar hobbelt als een gans naar
de verlaten halte van de bus.
 
De winterwind slaat zijn armen
om je schouders, zet zijn tanden
in de randen van je oren, lispelt
lijzig dat het zo oneerlijk is.
 
Dan vliegt er rood voor je ogen.
Het landt op de kale arm van een eik,
vouwt zijn vleugels op, spert zijn snavel
open en zingt - het is duidelijk
te verstaan - het allerbeste is nog altijd
rustig blijven.

De overige ereplaatsen waren voor resp: Henny Huveneers (!0), Astrid Arns (9), Monica Boschman ((8), Robin Veen (7), Ben Sloot (6), Gerda Koppelman (5),  en Karen de Boer (4)
 

Dit is een uitvindsel van Jan Turner.
Het bestaat uit vier strofen van zes regels.
De eerste vier regels van elke strofe bevatten een bewering die in de laatste twee regels wordt samengevat en de wijze waarop het geformuleerd is omkeren.

Het heeft een vast, vierjambig metrum.

Deze versvorm werd begin eenentwintigste eeuw geïntroduceerd door Frits Criens en wordt nu op kleine schaal toegepast door andere dichters.

Het douzijn is een twaalfregelig gedicht bestaande uit twee vijfregelige strofen en tot slot een ditichon. De eerste strofe wordt in de tweede strofe gespiegeld.

Bedoelt om een prik uit te delen in vier regels.
Regel 1 heeft 3 jamben, eventueel gevolgd door een onbeklemtoonde lettergreep.
Regel 2 Idem
Regel 3 heeft, al naar gelang van vrouwelijk of mannelijk rijm,  4 trocheeën of 4 jamben
Regel 4 is metrisch gelijk aan regel 1 en bevat het onderwerp (naam of zaak).
Als a mannelijk is, is b vrouwelijk. Is a vrouwelijk of onzijdig, dan is b mannelijk.
Een heel verhaal voor zo'n kort versje, maar de moeite waard om te maken.

Vrouwen
Pixabay
 
Ik hou’ van alle vrouwen,
Mijn hart is veel te groot,
Daar ben ik mee geboren,
Daar ga ik ook mee dood.
 
Ik kan geen vrouwen haten,
Dat is een groot gevaar,
Als d' een mij heeft verlaten,
Dan staat een ander klaar.
 
Ik hou’ van alle vrouwen,
Dat is een groot verdriet,
Met één kan ik maar trouwen,
En daarom trouw ik niet.
 
Ik hou’ van alle haren,
Al zijn ze nog zoo raar,
Ja als er groene waren,
Vond ik dat geen bezwaar.
 
Ik hou’ van alle zoenen,
Al doen ze nog zoo’n zeer,
En krijg ik er miljoenen,
Dan wil ik er nog meer.
 
Ik hou' van alle wangen,
Ik knijp ze gaarne rood,
Verlies ik dat verlangen,
Dan ga ik eerlang dood.
 
Ik hou' van alle harten,
Al zijn ze van venijn,
Er is geen grooter smarte,
Dan zonder hart te zijn.
 
Ik hou' van alle oogen,
Ik kijk er gaarne in,
Hoe meer ik word bedrogen,
Hoe meer ik ze bemin.
 
Ik hou' van alle vrouwen,
Dat heb ik nooit betreurd,
En om geen kwaad te brouwen,
Min ik ze om de beurt.
 
Ik hou' van heel ’t leven,
Het leven om een vrouw,
Om ieder wat te geven,
Ben ik ze allen trouw.
 
Moraal:
 
Ik hou' van alle vrouwen,
En toch ben ik niet blij,
Geen een wil van me hou'en,
Geen een heeft zin in mij.
 
 
Ter nagedachtenis aan J.H. (Koos) Speenhoff 23-10-1869 – 03-03-1945
Uit: Daar komen de schutters, Uitg. L.J.C. Boucher 1969
 
 

Bout rimésoort. Aantal regels 6 x 6 + 3 met vrij metrum. Alle rijmwoorden van de eerste strofe komen terug in de volgende met een vaste volgorde om gepaard rijm te vermijden. a is dus altijd hetzelfde woord en niet mag niet eboniet worden of zoiets. In het envoi treedt bovendien binnenrijm op op deze wijze.Ga er maar eens goed voor zitten

Het elftal is misschien wel de belangrijkste uitvinding van Drs. P. Het gedicht bestaat uit drie drieregelige strofen en sluit met een distichon.

De staccato is een bedenksel van Jan Turner.
De staccato bestaat uit twee of meer zesregelige strofen met het rijmschema aabbcc in mannelijk rijm en een binnenrijm.

De eerste en laatste twee regels zijn vijfjambig, de middelste twee vierjambig.

De vierde lettergreep in de eerste en tweede regel rijmen.

De eerste twee jamben in regel 3 bestaan uit een herhaalde oproep, een motto, verzuchting o.i.d. (Te gek! Te gek! Wat nu? Wat nu? Vooruit! Vooruit! Kijk uit! Kijk uit! Geef gas! Geef gas!)

Deze wordt één keer herhaald aan het begin van regel 6.

.

doodslaan
Pixabay
 
Even iemand doodslaan
Een man moet af en toe gewoon eens iemand doodslaan
Bij voorbeeld iemand met iets veel te kleins of met iets veel te groots aan
Die moet je soms dan even doodslaan
 
Iemand heet bij voorbeeld Bob
Of iemand heet geen Bob
Maar heeft typisch wel zo’n kop voor Bob
Wat doe je dan? Je slaat erop
Doodslaan
 
Een man moet af en toe gewoon eens even iemand doodslaan
Daar is op zichzelf niet zo heel veel idioots aan
Een vrouw trekt bijvoorbeeld op een dag ineens iets roods aan
En een man moet af en toe gewoon eens even iemand doodslaan
 
Man zijn is een serieuze zaak
Je hebt als man een zware taak
Baardgroei, spierkracht, lichaamsgeur
….doodslaan
 
Een man moet soms zo af en toe gewoon eens iemand doodslaan
En dan niet uit boosheid, ben je gek, er is niets boos aan
Maar soms wil je weer ouderwets eens even iemand doodslaan
Lieverd, ik kom eraan trek jij maar vast iets bloots aan
Ik bén zo terug, ik moet eerst nog even iemand doodslaan
 
Een vos graaft een hol, een kip legt een ei
En voor de man hoort iemand doodslaan erbij
 
Als iemand voor jou de benen uit zijn krent rent
Dan weet je weer dat je een echte vent bent
 
 
Maar vandaag herdenken we ook Jeroen van Merwijk 11-07-1955 - 03-03-2021
Uit: Ik ben een vrouw - Uitg. Nijgh & Van Ditmar 2009
 

De Tripel is een bedenksel van Bas Boekelo.
Het bestaat uit drie kwatrijnen, metrum bij voorkeur amfibrachys.
Elke kwatrijn eindigt met hetzelfde woord in een andere betekenis (Dit woord noemen we tripelwoord. Het tripelwoord is vr. of onz.).
De eerste regel van het eerste kwatrijn is ook de eerste regel van de andere twee kwatrijnen.
Die openingsregel noemt drie elementen, elk der elementen staat éénmaal op rijmpositie.

Middeleeuwse Franse versvorm met opvallend korte regels. De a-regel bestaat uit 5 lettergrepen, de b-regel bestaat uit slechts 2 lettergrepen. Het metrum voor de b-regel is jambe, voor de a-regel is het vrij. Er zijn dus meerdere mogelijkheden.

Kettingrijm. Metrum vrij, korte regels in terzinen, meestal 3.  derde regel meestal korter dan regel 1 en 2 wat de muzikaliteit bevordert.

Jongere en robuustere broertje van de lai. De strofen tellen vier regels. De eerste drie regels tellen 11 lettergrepen, de vierde regel telt 4 lettergrepen. Het metrum is vrij, maar jambe is gebruikelijk.

Refreindicht (texte)/ schakelrijm. Wat zwaarder dan de virelai ancien, met weinig rijmklanken, maar verder niet te moeilijk. Metrum vrij, de regels zijn even lang.
Aantal regels: 2 + Z + 2 (Z= onbestemd aantal strofen van willekeurige lengten)

 

'Nieuwe lai' die heel erg kan uitlopen.
Aantal regels:X x 8.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Op een kalkoen

kalkoen 2
pixabay
 
Een trage vleeskalkoen uit Han,
die absoluut niet kiezen kan,
dubt sinds het sinterklaasfeest al
wat zij met kerstmis koken zal.
De boer, toeschietelijk van aard,
heeft haar de keuzestress bespaard.