Ze dulden de steek van de zon uit de tropen
Ze laten zich slaan door orkaan en passaat
Ze blaren in Elst al maar blijven fanaat
op een roemrijke tocht door de Annastraat hopen

Een enkeling maakt het dan niettemin laat
Die schuimt door de stad om wat schaalbier te kopen
en om er na afloop wat stoelen te slopen
Folklore, meneer, men bedoelt het niet kwaad

Oh Nijmegen, Waaldorp van wereldformaat
Zet alles, je poorten, je tapkranen, open
geur op nu en voed weer mijn hamburgerhaat

Vierdaagse – het is toch volledig bezopen?
Ik leef weer een dag of wat enkel op straat
Oh Nijmegen, Nijmegen, laat het maar lopen

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Braambos



’t Is tijd om bij de dominee de tuin wat op te schonen
Zo dacht het schaap Veronica; de herfst is in het land
De groenten zijn geoogst, de rode bieten en de bonen
En ook de hele preivoorraad ligt geurend in de mand

Dus toog ze nijver aan het werk met schoffel en met scharen
En harkte al het blad tezamen op een fikse hoop
De dominee sprak schuldbewust met brede armgebaren
Ik kan helaas niet helpen, schaap, we hebben straks een doop

Vooruit maar sprak Veronica: ‘k heb verder niets om handen
En werk hier in het zweet des aanschijns tot het derde uur
Die takkenboel en bladafval kan ik vast weg gaan branden
Met olie, krant en lucifers ontstond een stevig vuur

Het knapperde gezellig en het loof begon te gloeien
De wind stak op en plotsklaps liep het vuurtje uit de hand
Een rookpluim steeg zes meter hoog, je zag de vlammen groeien
Veronica schrok flink en gilde: Help toch mensen, BRAND!

Die kreet klonk onverwacht; men was de Here aan het loven
De dominee, de koster, heel het kerkvolk schrok zich lens
Het doopvont kwam ter plaatse om de vlammenzee te doven
Ach gut, riepen de dames Groen, de braam staat in de hens

Wat jammer nou, sprak dominee met rokerige stem
We halen bij de super wel een potje bramensjem