Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Half negen, meldt de bel in het lokaal,
het tijdstip dat de les moet gaan beginnen.
De halve klas is echter nog niet binnen,
maar op een maandag is dat heel normaal.

Voorlopig overheerst het groepsgewoel,
terwijl er soms nog een komt binnenvallen
die enthousiast verwelkomd wordt door allen.
Na een kwartier zit ieder op zijn stoel.

De helft hangt doelbewust achterstevoren,
want voor een puberende knul of meid
is de docent geen topprioriteit,
vooral niet als hij wil gaan overhoren.

Babet en Kelly hebben een conflict.
Ook is er wat geroezemoes rond Esther,
die net ontmaskerd is als cyberpester.
Kim krijgt een klap, want die heeft haar verklikt.

Probleemjeugd is aanwezig bij de vleet:
twee blowers, drie autisten, vier aspergers,
vijf ongediagnosticeerde tergers
en Rita Lynn, die flink ADHDeet.

Met schoolwerk wordt de klas zwaar overvraagd:
Chantal dreigt door de werklast te bezwijken
als vakkenvuller met twee krantenwijken.
Haar vader heeft de school al aangeklaagd.

Geruzie thuis bij Willemijn en Bas;
ook zijn er huiswerkvrijvergunninghouders:
drie kinderen met briefjes van hun ouders:
stress, anorexia, obesitas.

Opeens verschijnen tranen van verdriet,
eerst bij Dolores, daarna bij Mercedes:
die ouderwetse shit van Archimedes:
drie keer behandeld, maar ze snappen ’t niet.

Waarna de hele meute reageert:
of hij de stof nog eenmaal uit wil leggen.
Dat kan hij hen natuurlijk niet ontzeggen,
waarna de klas spontaan applaudisseert.

De uren, dagen, weken vliegen heen.
Maar wat er ook gebeurt, hij blijft blijmoedig,
al gaat het met de stof niet echt voorspoedig:
pas na twee maanden klaar met hoofdstuk een.

Is de ultieme challenge uw parool?
Er zijn nog vacatures bij de school.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De tocht

Elfstedentocht2
Wikimedia Commons
 
Des winters werd het water weleens hard
Dan riepen ze van Dokkum tot Stavoren:
‘Mirakels, kiek eens oan it het gevroren’
En gingen op hun doorlopers van start
 
Omdat de tocht der tochten zou verjaren
Zaten 4 krasse knarren bij Matthijs
Nostalgisch te oreren over ijs
Hoe handig ze met transplantaties waren
 
En over kluuntapijten in een loods
En dat het dikwijls maar één dooidag scheelde
Zo sfeervol begeleid door oude beelden
Van helletochten door het land des doods
 
De grijze kop gerimpeld en gelooid
Een zachte gloed van heimwee en verlangen
Ze weigerden dat hoofd te laten hangen
Maar Driek had al voorspeld: ‘Die tocht komt nooit.’