parsprototo

ClipArtKey

Aan tafel deel ik met mijn metgezel
wat ik die dag zoal heb uitgeplozen.
Ik zie een maal als functioneel verpozen
en heel geschikt als onderwijsmodel.
 
‘Als ik voor jou een bloemetje bestel,
bedoel ik een boeket, bijvoorbeeld rozen.
Dezelfde trant van taal heb ik gekozen
als ik in een gezelschap ‘neuzen tel’.
 
Een ‘pars pro toto’ heet zo’n woordenspel,
een stijlfiguur geput uit trucendozen
van redenaars en spraakkunstbollebozen.
Het houdt de aandacht vast, begrijp je wel?’
 
Haar glimlach was bevestigend en gul.
‘Natuurlijk. Jij bent zogezegd een lul.’
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Waar? (2017)



Dichters, we lezen ze met droge ogen:
Een Vegter, Nolens, Benders, Oosterhoff.
Waar zijn de tijden van het hartebloed?
De zielepijn, de traan en dat soort werk.
Waar de gezangen van het mededogen?
Verweij, Van Deyssel, Gorter, Kloos of Perk?
De litanieën, waar? Voorbij. Voorgoed.
Een zakdoek vangt vandaag nog enkel stof.

Het bloed werd gruis. De tranen werden glas.
Verlies en stukgaan voelt nu tweedehands.
Het leed werd leed van bordkarton. Te koop.
Deels nog als dagboeksmart. Van droefenis
Kwam grimas , gil en wrede pijn. En masse
Verdoezelt men nu weemoed en gemis.
Per stuk, zoals je wil. Azijn werd stroop.
En Pfeijffer: Dichter nu des Vaderlands.

De dichter, heden, is een zonderling
Die weeklaagt in een martelend gekrijs.
Hij hangt de paljas uit voor zijn publiek
En speelt voor praktiserend psychiater.
Wat blijft: bezetenheid om één, één ding
Terwijl hij lamenteert in het theater.
De wonden die hij likt. En de muziek
Die klinkt bij het aanvaarden van een prijs.