
pixabay
Het leger blijft met arbeidsplaatsen leuren,
hun boodschap: ‘Niet geschoten, kans gemist,
de krijgsmacht opent carrièredeuren,
het is een keus die niemand zal betreuren,
word marinier, soldaat of reservist!
Een oorlog? Dat kan zomaar eens gebeuren,
wie Rusland ziet als vriend heeft zich vergist.
Dus meld je heden aan en laat je keuren,
ook vrouwvolk, om de boel wat op te fleuren,
zo weet je dat je geen talent verkwist.’
Slechts bij mijzelf valt geestdrift te bespeuren,
de haalbaarheid wordt in ons dorp betwist:
een ieder heeft wel iets te excuzeuren,
Michiel en Lodewijk zijn blind voor kleuren,
Pepijn is deeltijdexhibitionist.
Jos kan uit mitrailleurs geen vreugde peuren
als vrome vredesfundamentalist,
Loes is allergisch voor kazernemeuren,
ze walgt van mannelijke lichaamsgeuren,
Joop mag niet gaan, dat heeft zijn vrouw beslist.
Johannes is zijn bed pas uit te sleuren,
als er kroketten worden opgedist,
Marjan (met smetvrees) laat zich niet besmeuren,
zij valt alleen op schoonmaakdirecteuren,
Jacobus drinkt de hele dag trappist.
Mijn Anna loopt constant te sikkeneuren,
ze heeft mijn formulieren weggegrist
en staat ze nu omstandig te verscheuren:
‘Het leger hoeft geen cynische sinjeuren,
jij bent een irritante humorist.’
Het leger blijft met arbeidsplaatsen leuren,
hun boodschap: ‘Niet geschoten, kans gemist,
de krijgsmacht opent carrièredeuren,
het is een keus die niemand zal betreuren,
word marinier, soldaat of reservist!
Een oorlog? Dat kan zomaar eens gebeuren,
wie Rusland ziet als vriend heeft zich vergist.
Dus meld je heden aan en laat je keuren,
ook vrouwvolk, om de boel wat op te fleuren,
zo weet je dat je geen talent verkwist.’
Slechts bij mijzelf valt geestdrift te bespeuren,
de haalbaarheid wordt in ons dorp betwist:
een ieder heeft wel iets te excuzeuren,
Michiel en Lodewijk zijn blind voor kleuren,
Pepijn is deeltijdexhibitionist.
Jos kan uit mitrailleurs geen vreugde peuren
als vrome vredesfundamentalist,
Loes is allergisch voor kazernemeuren,
ze walgt van mannelijke lichaamsgeuren,
Joop mag niet gaan, dat heeft zijn vrouw beslist.
Johannes is zijn bed pas uit te sleuren,
als er kroketten worden opgedist,
Marjan (met smetvrees) laat zich niet besmeuren,
zij valt alleen op schoonmaakdirecteuren,
Jacobus drinkt de hele dag trappist.
Mijn Anna loopt constant te sikkeneuren,
ze heeft mijn formulieren weggegrist
en staat ze nu omstandig te verscheuren:
‘Het leger hoeft geen cynische sinjeuren,
jij bent een irritante humorist.’
