Het leger blijft met arbeidsplaatsen leuren, hun boodschap: ‘Niet geschoten, kans gemist, de krijgsmacht opent carrièredeuren, het is een keus die niemand zal betreuren, word marinier, soldaat of reservist!
Een oorlog? Dat kan zomaar eens gebeuren, wie Rusland ziet als vriend heeft zich vergist. Dus meld je heden aan en laat je keuren, ook vrouwvolk, om de boel wat op te fleuren, zo weet je dat je geen talent verkwist.’
Slechts bij mijzelf valt geestdrift te bespeuren, de haalbaarheid wordt in ons dorp betwist: een ieder heeft wel iets te excuzeuren, Michiel en Lodewijk zijn blind voor kleuren, Pepijn is deeltijdexhibitionist.
Jos kan uit mitrailleurs geen vreugde peuren als vrome vredesfundamentalist, Loes is allergisch voor kazernemeuren, ze walgt van mannelijke lichaamsgeuren, Joop mag niet gaan, dat heeft zijn vrouw beslist.
Johannes is zijn bed pas uit te sleuren, als er kroketten worden opgedist, Marjan (met smetvrees) laat zich niet besmeuren, zij valt alleen op schoonmaakdirecteuren, Jacobus drinkt de hele dag trappist.
Mijn Anna loopt constant te sikkeneuren, ze heeft mijn formulieren weggegrist en staat ze nu omstandig te verscheuren: ‘Het leger hoeft geen cynische sinjeuren, jij bent een irritante humorist.’
Als verzenbrouwer ben ik wat aan lagerwal geraakt Hoewel ik slechts kan dichten over alcoholisch spul Verwateren mijn grappen tot gehalte nulpuntnul Mijn laatste snelsonnetjes heb ik met AI gemaakt
Zolang ik nog kan zuipen, blijf ik zeker op mijn best Dan heb ik immers al mijn lezers, én mijzelf geflest
Een olifant liep op een brug. Een muis liep ernaast en riep “vlug, want door mijn gestamp, ontstaat er een ramp.” Het antwoord klonk droog: “loop dan terug!”
We zijn alert op duistere signalen en loeren steeds nauwlettend in het rond. Na ieder blokje om met onze hond verschijnen alarmerende verhalen.
– Die wagen lijkt mij tamelijk verdacht. – Die mannen lopen telkens rond te kijken. – Wat als het zware criminelen blijken? – Ik zag die ook al afgelopen nacht.
– Kijk hier, die vage gast. – Dat is mijn zoon! – Kan die niet ergens anders rond gaan dwalen? – Nee, JOUW gezicht trekt altijd volle zalen!! – Zeg, lieve buren, moet dit op zo’n toon?!?
Meer veiligheid blijkt spoedig een illusie: Attentie Digitale Burenruzie.
Je moet er twee keer in het jaar op letten Ze hangen van de zolder tot de schuur Dat hele rondje kost me wel een uur Om elke klok in huis weer te verzetten
Misschien dat het voor u wel als geklets telt Ik vind mezelf toch steeds weer een verzetsheld
Ik stormde roepend binnen ´Dokter, dokter! U moet mij helpen, help mij, geef advies! Ik loop in cirkels, rondjes en circuits En dag na dag verstokter en verstokter´ Mijn arts zei toen: ´Dat komt, mijn beste vent omdat u voor herhaling vatbaar bent´
Gisteren was het zover. De finale van de Willem Wilmink Gedichtenwedstrijd 2026. Verslaggever ter plaatse en tevens supporter van finalist Maarten van Petersen, René Turk noteerde het volgende:
Er is een fantastische opkomst in de bibliotheek van Almelo. Twan Vet interviewt Herman Finkers die ouderwets op dreef is. Finkers laat ons het verschil zien tussen 'grappig doen' en 'grappig zijn'. Hij vertelt anekdotes over zijn vriend Willem Wilmink en zingt een prachtig lied over hem. De vele gastdichters (Jan J. Pieterse, Jan Boerstoel, Jean-Pierre Rawie, Frank van Pamelen, Katinka Polderman, Wietske Loebis, Theo Danes, Rosa Schogt en Twan Vet) gingen met het boekenweekthema 'mijn generatie' aan de slag. De voorzitter van de jury, Willem van Dooren, zong 'Talking about my generation' van The Who. Beter gezegd: dat mochten wij doen! De HVV'ers Bart, Han, Pim en ondergetekende waren aanwezig.
Na de pauze kwamen de tien finalisten aan bod. Er waren maar liefst 367 inzendingen, veel daarvan hadden titels met nachtelijke tijdstippen, aldus de jury. Enkele gedichten hadden niet de verplichte zin in de inhoud. Eén inzending bevatte de zin van vorig jaar. En er was één inzending, overduidelijk met AI gemaakt. Deze werd abrupt terzijde geschoven. De combinatie 'slapen-gapen' kwam erg veel voor.
Onze Maarten behaalde een zeer verdienstelijke vierde plaats. Judith Nieken werd de winnares!
Het gedicht van Maarten dat op de 4e plaats eindigde kan je alvast hieronder lezen en bewonderen evenals het winnende gedicht van Judith.
De Schaatsfanaat
Aan schaatsen heb ik ooit mijn hart verloren Ik weet nog goed, ik was een jaar of tien Het zou die nacht gaan vriezen, dus misschien Een eerste tochtje op mijn nieuwe noren?
Ik was zowat met schaatsen aan geboren Hier had ik heel het jaar al op gewacht Ik deed geen oog meer dicht de hele nacht En sloop het huis uit bij het ochtendgloren
Gespannen kwam ik bij het water aan De wintervlinders dansten in mijn maag Helaas! Er lag een flinterdunne laag Dat ijs, het was te vroeg om op te staan
Te laat om nog te slapen, ging ik zitten Een bankje naast dat lullig laagje ijs Daarna werd heel mijn wereld langzaam grijs Door slaapgebrek zat ik al snel te pitten
Mijn ouders vonden mij een paar uur later Versteend, vernikkeld, slapend op die bank 'Hij leeft nog' riep mijn moeder, 'god zij dank!' Er lag op mij meer ijs dan op het water
Aan schaatsen heb ik ooit mijn hart verloren En niet alleen mijn hart, want sinds die tijd Ben ik drie vingers en wat tenen kwijt Die zijn er op die ochtend afgevroren
De moraal: Een goede nachtrust voordat u gaat schaatsen Voorkomt dat u straks rondloopt als melaatse
Maarten van Petersen
*
ZONDAGMORGEN
Ik weet niet waar ik uithang
Ik heb geen flauw idee
Ik lig maar wat te liggen en mijn lijf werkt amper mee
Ik ben sinds vrijdagmorgen
De weg een beetje kwijt
Het is hier nogal donker, ik heb geen besef van tijd
De ruimte galmt en echoot
Het lijkt wel een gewelf
Er hangt een geur van mirre – o, verrek, dat ben ik zelf
Ik was het haast vergeten
Dit linnendoek incluis
Maar langzaam dringen flarden door van spijkers en een kruis
Nu is het lijdzaam wachten
Op hulp van bovenaf
Zodat ik weer kan lopen, wég kan lopen uit dit graf
Maar tot het zover is, lig ik compleet op apegapen
Van tijd tot tijd kan ik zo diep verlangen Naar het verleden, naar mijn kindertijd Je leert en leert, maar raakt veel kostbaars kwijt En wordt, hoe wrang, steeds minder onbevangen
Het schoolgebouw, de grote klaslokalen Ik kwam er graag, ik voelde mij er thuis Liep dromend door het hoge trappenhuis In korte broek en dikwijls op sandalen
Nog onbewust van rangen en van standen (Al was de juf, die alles leek te weten In onze ogen echt wel nummer één)
Het lijkt een onomkeerbaar fenomeen De kinderlijke onschuld raakt vergeten Hoe krijg ik die als dichter weer in handen
Een dag waar veel jongens en meiden van dromen Zo mooi dat je ieder dit machtig gevoel gunt Een schot in de kruising, het winnende doelpunt En dan door je team op de schouders genomen
Drie mannen, hun leven al gek van het spel Vaak grote verhalen, maar geen grote namen Ze speelden al sinds dat ze vijf waren samen Nog nooit iets gewonnen, maar deze dag wel
Daar was dat moment, de ontlading was groot Toen vlak nadat Willem die bal binnenschoot De scheidsrechter eindelijk af had gefloten
Ze waren nog weken de held op hun club Ze pakten de beker, die zilveren cup Een gouden moment dat in brons is gegoten
Sonnet geïnspireerd door het beeld ‘Sporters’ (1967) van Eric Claus in Amstelveen. Foto: MvP
Hij had een minderwaardigheidscomplex. Dat was natuurlijk door zijn klein postuur. Zo kwam het dat die kerel op den duur tekortschoot qua gestalte en qua seks.
Zijn echtgenote heeft hem hard geraakt. Ze keek al vele jaren op hem neer. Zo kwam het dat die kerel op een keer zijn vrouw een kopje kleiner heeft gemaakt.
Ik heb het bij Jaap Bakker nog gecheckt Er is geen enkel woord dat rijmt op Dilan Nou ja, wat ik dan zelf bedenk is Silan Een wasverzachter met beproefd effect
Maar dat product is wel zo ongeveer Het laatste waar ik haar mee associeer
Verveelt het je dat niemand je herkent dan is het tijd jezelf te kijk te zetten, je kunt voor posters kiezen of pamfletten of appjes die je dagelijks verzendt
Bescheidenheid scoort hoog in etiquette maar is niet echt een menselijk talent, men kickt meer op een egodocument of eindeloze rijen zelfportretten
Toch kun je best voor zelfpromotie kiezen en daarbij het decorum niet verliezen omdat er ook een tussenvorm bestaat
De kunst van als-ik-jou-terwijl-je-mij dan staan we samen op een schilderij te doen alsof het om de ander gaat
By Possibly Sofonisba Anguissola / Possibly Bernardino Campi - Fig 17 from Self Portrait: Renaissance to Contemporary (Anthony Bond, Joanna Woodall, ISBN 978-1855143579)., Public Domain, commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=11860629
Ik poets wel drie maal daags mijn witte tanden Ik flos geregeld, spoel ook vaak mijn mond U vindt beslist geen poepje van mijn hond Ik wil mijn vingers aan geen vuiltje branden
Ik schrijf niet over beffen, grage handen Bezing geen piemels, potlood, blote kont Nee, louter netheid spreid ik in het rond Ik wil niet tussen al die drek belanden
Ook dit was een betamelijk gedicht Een hoofd vol boter is toch geen gezicht?
Met spierkracht wordt iets serieus verricht, een monotype gietmachine staat klaar. De eikenhouten kasten zijn loodzwaar, want Dante, Walbaum geven hun gewicht
aan onderkast en kapitaal. Maar licht kabbelt de Haesbeek, voorziet wonderbaar in blaadjes voor de zetbok (het bête noire), die vullen zich met proza of gedicht.
Hij zet zich aan het werk. Als een dompteur dresseert hij 't zetsel, laat de pers zacht grommen en alles wat hij maakt is een primeur.
Zijn Tinkerlady trekt de draadjes door (al was ze liever op haar paard geklommen). Daar ben je immers maatjes voor.
Het is vandaag zeven jaar geleden dat Patty Scholten overleed.
Bovendien is het vandaag ook de Dag van de Drukkunst.
Dit sonnet schreef Patty voor Kees Thomassen - helaas ook niet meer onder ons - die beter bekend als De Uitvreter vele bibliofiele uitgaven het licht liet zien. Het sonnet verscheen als nieuwjaarswens voor het jaar 2012 namens De Uitvreter & Tinkerlady. Het papier werd niet de Haesbeek, dat was reeds uit de handel, maar de Simili Japon, en de titel op de kaft werd niet uit de Walbaum maar uit het Rondo lettertype gezet. Opdat u het maar even weet.