Ze zag in mij een wingewest; het waren harde lesjes. Ik zoek nu blik en flesjes; hun statiegeld is wat mij rest. Ze heeft mijn geld genomen en is niet teruggekomen. Haar mooie blik heeft mij geflest.
hij wist maar amper zijn pensioen te halen zijn werk bestond uit spanning en gevaar na vele jaren arbeid was hij klaar de wetenschapper in de kerncentrale
die ramp van laatst was zeker even balen toch zitten ze hier samen flink te stralen
De redactie feliciteert René Turk met het winnen van Afbakvers 73 "Raad de clou".
Bij het kwatrijn van JW Goedhart produceerde René een distichon dat het meest in de buurt kwam bij dat van JW zelf.
Zo trots op u meneer de president Dat u die hele tijd aan tafel hebt gezeten En ook nog eens uw bord hebt leeg gegeten U wordt alweer een hele flinke vent
En niet naar een serveerster hebt gegraaid En dan die grote bolus, zelf gedraaid?
Ik zit voor het raam met een schrift op mijn schoot en wacht op het strafs dat zich vast zal voltrekken: een dief op de vlucht of een meisje in nood, maar niks, nada, noppes, geen bal te ontdekken.
Wat jammer dat nét nu vandaag niets gebeurt. Ik had er zo’n zin in, wat zat ik te smachten naar iets dat mij meesleurt, mijn dag weer wat kleurt, maar niets van dat alles, een vruchteloos wachten.
Ach was er een fik of een roof of een moord, desnoods iets van heibel, wat vechtende honden, maar niets van dat alles, hoe saai is dit oord. Nou ja, op de hoek werd een zakmes gevonden.
Het lag in het gras en was oud en vergaan. Er zat ook geen bloed aan, alleen maar wat haren. Dus ach u begrijpt wel: er was niet veel aan. Ik moet u dit nieuwsfeit wellicht maar besparen.
Al lijkt het dan luttel, toch is het wel iets. Een dichter wil liefst iets opmerkelijks delen, maar soms is er weinig, soms is er haast niets. Toch hoop ik U lezer niet bar te vervelen.
Ik meld me zodra ik iets aardigs aanschouw. Dat gaat mij best lukken, uw wijk is vergeven van misdaad en ontucht, van opgefokt grauw. Er valt hier gemeenlijk veel fraais te beleven.
Een schoenbekooievaar te Neck Heeft inherent een grote bek 'De naam die aan mij is gegeven', 'Daar kan ik', snauwt hij, 'nog mee leven Maar wat ik moeilijk kan verklaren: Het overmatig snavelstaren'
Een hoofdluis op Louis van Gaal gedraagt zich vaak als generaal. Dit valt, zoals u reeds vermoedt, bij iedereen niet altijd goed. Zijn wijfje sprak vol ergernis: ‘Hij denkt dat hij de hoofdluis is.’
Ik ging vandaag weer lekker op mijn bek Gelukkig vond ik daarvoor een verklaring Inmiddels weet ik ook wel uit ervaring Een vallend kwartje blijft nooit op zijn plek Waar is die open deur om In te trappen? Ik ben te jong om er al uit te stappen Het leven heeft voldoende in de schappen Je kunt altijd wel happen of ontsnappen
De positivo 2
Ik ging vandaag weer lekker op mijn bek Gelukkig vond ik daarvoor een verklaring Inmiddels weet ik ook wel uit ervaring Een vallend kwartje blijft nooit op zijn plek Op niets doen zul je mij niet snel betrappen Ik zal me snel nog eens een biertje tappen Het leven heeft voldoende in de schappen Je kunt altijd wel happen of ontsnappen
De passitivo 1
Vandaag ging ik verrassend op mijn bek Wat overkomt me? Is er een verklaring? Wat is de diepe zin van die ervaring? Beteuterd staar ik naar mijn blauwe plek Waar is die open deur om In te trappen? Ik ben te jong om er al uit te stappen Het leven heeft voldoende in de schappen Je kunt altijd wel happen of ontsnappen
De passitivo 2
Vandaag ging ik verrassend op mijn bek Wat overkomt me? Is er een verklaring? Wat is de diepe zin van die ervaring? Beteuterd staar ik naar mijn blauwe plek Het heeft geen zin, ik zal de rem intrappen De zomerloomte kan zo fijn verslappen Het leven heeft voldoende in de schappen Je kunt altijd wel happen of ontsnappen
De pessitivo 1
Het leven slaat voortdurend op je bek Ik heb daarvoor een sluitende verklaring Het leven is een treurige ervaring En zet je telkens lelijk op je plek Op niets doen zul je mij niet snel betrappen Ik zal me snel nog eens een biertje tappen Het leven heeft voldoende in de schappen Je kunt altijd wel happen of ontsnappen
De pessitivo 2
Het leven slaat voortdurend op je bek Ik heb daarvoor een sluitende verklaring Het leven is een treurige ervaring En zet je telkens lelijk op je plek Het heeft geen zin, ik zal de rem intrappen De zomerloomte kan zo fijn verslappen Het leven heeft voldoende in de schappen Je kunt altijd wel happen of ontsnappen
Een boekenwurm uit Molenbelt Was gek op Stip en Zuiderveld: "Zo'n dierenversje elke dag Is wat ik graag verslinden mag" Zijn vr●uw riep n●g: "j●h pas t●ch ●p Z● vreet je d●●r je eigen F●p!"
Een influencer viel laatst in de gracht en kwam na wat gespartel niet meer boven. Ik kon mijn ogen nauwelijks geloven: dat niemand aan een reddingspoging dacht!
Het resultaat was cru, maar scoorde echt: het werd uit vijftig hoeken vastgelegd.
De dochter van de buren, leuke meid! Ze weet op TikTok steeds de show te stelen door schattig met een merkproduct te spelen, zes jaar nog maar en nu al veel profijt.
Het zoontje van de buren voert een strijd Want vrouwenrechten kunnen hem niets schelen Hij deelt het gif van Andrew Tate´s bevelen Vier jaar nog maar en nu zijn zelfbeeld kwijt
De baby van de buren piest en schijt En wil dan reviews van zijn pampers delen Waarna zij hem contractsuggesties mailen Twee maanden pas en nu al bij de tijd
Zo´n kindfluencer vormt zich reeds foetaal De buurvrouw baart ze via haar kanaal
We konden hem probleemloos attraperen. Het was die zonderlinge zoon van Aart. Omdat hij niet alleen op pa wou teren en hem op Vaderdag weleens wou eren stal hij zo’n mooie grote perentaart.
Ik hou normaal vooral van het gewone Vandaag ben ik dus best tevreden met Die sokken en die schroevendraaierset Jaloers ben ik toch echter op mijn zonen
Ik wou dat ik op deze Vaderdag Ook eventjes mijn eigen vader zag
je leeft je droom al zit je in de bijstand toch dreigt de rode zone zoetjesaan je hebt een ware prachtvrouw naast je staan maar legt jezelf voortdurend aan haar leiband
je valt in slaap, het blowtje wordt een heibrand dus boek je van de schrik een fijne reis een kleine camping voor een zachte prijs natuurlijk weet je, is dit slechts een weiland
het zwaarbepakte zwoegen door het kleizand haar zucht want daar is eindelijk de kust dat kleine strookje welverdiende rust haar blik heeft standje onweer op het keistrand
hoe zeg je dat? je staat wat in de vrijstand de tent tot paradijsje omgedoopt muziekje, wijntje, kaasje en je hoopt maar zij heeft enkel aandacht voor haar breimand
een paaltje deukt je auto aan de zijkant ze schreeuwde nog, maar jij blijft altijd jij die ongekende dromer, frank en vrij je bent je beste vriend en ergste vijand
In kerk en museum, café en kantoor heeft men de gewoonte toiletten te bieden, de stoelgang kan daar hygiënisch geschieden, je doet je behoefte en dan trek je door.
Maar in de natuur gaat beschaving teloor, de wandelaarsnorm is bedenkelijk losjes: je kijkt om je heen en je duikt in de bosjes, je doet je behoefte en dan trek je door.
Mijn vader gaf me nooit een compliment,
wellicht uit angst me grondig te verpesten.
Wel pakken slaag kreeg ik, als om te testen
of ik hem liefdevol bleef toegewend.
Mijn moeder mepte ook, minder frequent,
want ze las nooit Spock’s opvoedingsattesten.
Vriendinnen kregen slaag en huisarresten,
dat was die tijd een fluitje van een cent.
“Ik stuur je naar ’t verbeteringsgesticht
als je zo doet,” zei pa. Op zijn gezicht
verried een twinkeling een practical joke.
“Wat is dat voor iets?” was dan steeds mijn vraag.
“Een hele strenge school met altijd slaag.”
“Ook als je niets gedaan hebt?” Ja, dan ook.