ik heb tot aan mijn twaalfde jaar geduimd genotzucht die geen duimbreed wilde wijken met duimen draaien kon je niets bereiken nu word ik met uw duimpjes goed gepluimd
mijn versjes zijn van top tot teen gelogen ik heb ze er volledig uitgezogen
Stel dat er nimmer nog een lente komt waar zouden dichters dan wel over schrijven? Thans zijn een aantal onder hen verdomd geneigd om hieromtrent te overdrijven.
Terwijl ik mijnerzijds toch veeleer zweer bij grijze luchten barstensvol met vlokken en fraaie landschappen bij winterweer die zowel jong als oud naar buiten lokken.
Hoe zalig is’t rond deze tijd van ‘t jaar met vrouw en kind en kat bijeen gezeten een schnaps ter hand, knusjes rondom de haard, te weten dat straks hutspot wordt gevreten.
STEM (Stichting Taalpodium Emmen) organiseert LICHTVOETIG IX, het negende Open Nederlands Kampioenschap Light Verse-dichten.
Het kampioenschap bestaat uit twee onderdelen: -inzending van 3 gedichten in een vaste vorm -een openbaar optreden voor publiek en een deskundige jury op zondag 26 oktober 2025 om 14.00 uur bij Eetcafé Groothuis, Stationsstraat 75 in Emmen.
Van de beste ingezonden gedichten wordt door STEM een light verse-gedichtenbundel uitgebracht.
Aan de wedstrijd is voor de eerste prijs een geldbedrag verbonden van € 300,-- de tweede prijs bedraagt € 200,-- en de derde prijs bedraagt € 100,--.
Tevens is er een publieksprijs ingesteld.
Wedstrijdreglement:
Meedoen kan onder de volgende voorwaarden:
1.Vorm en inhoud De jury verwacht inzendingen van drie niet eerder in druk verschenen light verse-gedichten in een vaste vorm. Met vaste vorm wordt bedoeld o.a. het ollekebolleke, de sonnettette, een sonnettine, een sonnet in welke vorm dan ook, de villanelle, het onzijn of wat er op dit gebied ook maar gebruikelijk is.
-De gedichten dienen te worden geschreven in het Nederlands of in een streektaal.
2.Selectie-jury -De inzendingen worden beoordeeld door een jury onder voorzitterschap van Light Verse-dichter Ton Peters, met dichter/schrijver Nicolette Leenstra en de tweevoudig Nederlands Kampioen Light Verse-dichten Machiel Pomp. -De selectie-jury selecteert op basis van anonimiteit. -De selectie-jury selecteert de gedichten die in de bundel worden opgenomen. -De selectie-jury en een dag-jury en publiek bepalen op 26 oktober 2025 de winnaars. Inzenders waarvan gedichten worden opgenomen in de bundel ontvangen persoonlijk bericht en krijgen een exemplaar van de bundel.
3.Publicatie -Met het inzenden van de gedichten stemt een inzender in met mogelijke publicatie. -Het copyright blijft bij de auteur.
4.Shortlist De shortlist van de beste inzendingen wordt uiterlijk 1 oktober 2025 bekendgemaakt. Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd.
5.Finale De inzenders waarvan de bijdragen als beste worden beoordeeld worden uitgenodigd hun voordracht in de finale in Emmen te doen op zondag 26 oktober 2025. Extra finale-eis: Van de finalisten verwacht de jury een light-verse gedicht over een actueel item van dat moment.
6.Inzenden -Insturen/mailen van de gedichten is mogelijk tot 01-08-2025. -Inzendingen kunnen worden gemaild naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of worden gezonden naar Secretariaat STEM., t.a.v. mevrouw H.J. Katerberg, Laan van de Eekharst 213, 7823 AE Emmen. -Bij de inzending dient men naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en e-mailadres te vermelden.
Knork (slachtoffer van illusionist James Randi) – foto: Bubba73 @ Wikimedia Commons, CC by-sa
‘Weet je nog van vroeger?’ zei de Snepel tot de Knork. ‘Mooi waren die tijden, toen ik Lepel was, jij Vork. Ieder in z’n vakje in de keuken in de la, duidelijke taken: ik de soep en jij de sla. Goed, het was niet altijd even prettig met die Messen maar bij het spaghetti-draaien boekten we successen en wat was het dan weer zalig zwemmen in het sop, na tomaat-met-kaas-geklonter knap je daarvan op.’
‘Ja,’ zuchtte de Knork, ‘ik kan er soms nog wel van dromen. Ach, was toen maar niet die enge magiër gekomen, die Yodocus York, om hier een voorstelling te geven. Eerst heeft hij de tafel in de rondte laten zweven, toen behekste hij ons twee, verwrong ons, vliegensvlug – krommerds zijn we nu, malloten. Wie buigt ons terug? Waar zou hij gebleven zijn, Yodocus York, die hork? Niemand wil toch eten met een Snepel of een Knork?’
In spreektaal hoor ik meer en meer Het Engels om mij heen Wanneer ik mij daartegen weer sta ik toch vaak alleen
Mijn moerstaal is het Nederlands Dus als ik spreek of dicht Welt in mij iets recalcitrants Ik voel dit als mijn plicht
Geen ‘harddisk’ maar een ‘harde schijf’ En liever ‘post’ dan ‘mail’ ‘High five’ wordt: ‘geef elkaar de vijf’ Zeg ‘uitverkoop’, geen ‘sale’
Een ‘airbag’ is een ‘botsballon’ En ‘bashen’ is ‘kleineren’ Ik zou, als het maar even kon Meer Engels willen weren
Wanneer je praat via het web Dan ben je aan het ‘chatten’ En als ik langs de zenders ‘zap’ Dan zoek ik langs de netten
Je hebt ‘know-how’ wanneer je veel Van de materie weet En is mijn taal nu ‘actueel’ Of is zij ‘up-to-date’?
Een ‘weblocatie’ heet een ‘site’ Een ‘plakplaatje’ een ‘sticker’ En iemand die veel ‘junkfood’ snaait Wordt van dat ‘vulvoer’ dikker
Dit statement hier is tongue-in-cheek Een taal ontwikkelt door En volgt een eigen dynamiek Waar ik mij niet aan stoor Ik ben geen wereldvreemde freak Die Engels wil deleten Dus zeg ik hier, en plein public, Laat ons van taal genieten
En eigenlijk, wat ik bedoel, Dat Engels is toch supercool
Houd ongewenst bezoek eenvoudig buiten Zo tipte een politie-inspecteur U dient uw huis zorgvuldig af te sluiten Ach wat, dacht ik, dat is een open deur
Mijn oom was op zijn tachtigste nog vief, hij liet zich voor een kerkgenootschap winnen en had daarvoor een duidelijk motief: hij wou zich op de liefde gaan bezinnen.
‘De bijbel predikt: ‘Hebt uw naaste lief,’ wat ik als synoniem zie van beminnen.’ Hij opende een charmeoffensief en had al snel een zevental vriendinnen.
Natuurlijk gaf dit thuis wat trammelant: er volgde dikwijls overspel op daten. Hij stamelde: ‘Het was een misverstand,’ maar daarvan wou zijn wederhelft niet weten.
‘Gewoon de katjes in het donker knijpen, niks misverstand, het was bekeerd vergrijpen.’
Met dank aan Han Marinus, die de optredens van Maarten en Niels vastlegde, en aan het personeellid van eetcafé NielZ, dat een foto maakte van (vlnr) René Turk, Niels Blomberg, Maarten van Petersen en Bart Adjudant
Opgekropte woede
Wat haat ik jou, Rick van de KwikFit garage Al ben jij mijn baas en al loop ik hier stage Je zit maar te zieken, je blijft mij maar dissen
Er woedt in mij woede, die krop ik maar op Liefst gooi ik een een tang of een krik naar je kop Maar zo'n tang is te licht en die krik zou je missen
Als het mocht wierp ik liever een loodzware boor Of een motorblok recht op je neus of je oor Om die duivelse grijns van je smoelwerk te wissen
Maar niet uiteraard voordat jij nog bij leven Mijn stageverslag eerst een 10 hebt gegeven
Met dit gedicht werd Maarten van Petersen negende
Kantoor
Ik werk hier al zo’n vijfendertig jaren. De oude Jansen was nog directeur. Ik kwam als hulpje van meneer van Baren. We hadden een kantoor met dichte deur om zo in alle rust de klus te klaren. De koffiedames brachten bakkies pleur.
De oude Jansen was al bijna tachtig, maar altijd nog onmisbaar, zo vond hij. Dat maakte de familie zenuwachtig, want voor de klanten was hij geen partij. Al waren de protesten nog zo krachtig, hij bleef, totdat zijn vrouw zei: “ ’t Is voorbij!”
De jonge Jansen wilde muren slechten. De hokjesgeest, daar ging hij iets aan doen. De kamertjes waaraan wij allen hechtten zijn omgebouwd tot een kantoorplantsoen. Ik kwam achter een dadelpalm terecht en meneer van Baren ging met vroegpensioen.
De koffiedames zijn nu apparaten: elk kopje wordt met veel lawaai gewrocht en dus gaat iedereen nog harder praten. Men heeft het over warmte, kou en tocht. Ik dagdroom van ’t kantoortje waar we zaten en denk: ik zou je missen als het mocht.
Maar ’t is niet erg, dat ik niet goed kan werken: bedrijfscohesie staat er op het spel en wie zou die nou niet willen versterken? Ik als kantoorplantsoenbewoner wel! Vooral omdat geen mens het op kan merken dat ik wat zit te soezen bij Excel.
Op zondag 16 maart vond de prijsuitreiking van de Willem Wilminkdichtwedstrijd plaats in lunchroom Feijn, de horecagelegenheid van de bibliotheek van Almelo. Het is een wedstrijd waarbij de 10 genomineerden even geduld moeten hebben, want ze komen pas na de pauze.
Na het welkomstwoord interviewde Rosa Schogt, de gastdichter van vorig jaar, Twan Vet, de gastdichter van dit jaar. Er was een vraag over de verplichte zin “ik zou je missen als het mocht”. Twan bevestigde dat dit goed bij zijn oeuvre past, omdat hij houdt van weemoedige, verlangende poëzie. We kregen een sneak preview in zijn bundel die 5 juni uitkomt. Het zijn mooie lichtvoetige vrije verzen.
Daarna was het de beurt aan de gastdichters om een gedicht voor te lezen dat aansloot bij het thema van de Boekenweek: je moerstaal. Als eerste las Wobke, de weduwe van Willem Wilmink, een gedicht in het Twents. Hierna volgden Jean Pierre Rawie, Jan Boerstoel, Frank van Pamelen, Jan J. Pieterse, Theo Danes, Wietske Loebis, Rosa Schogt en wederom Twan Vet.
Het laatste onderdeel voor de pauze was het optreden van Wobkes kleindochter Joosje Deckers, een aantal liedjes zong met teksten van Willem Wilmink, maar ook eigen teksten.
En toen was het pauze, tijd voor de genomineerden om zenuwachtig te worden, want na de pauze worden zij een voor een naar voren geroepen, beginnend bij nummer 10 en eindigend bij 1. Dat is zenuwslopend zolang je naam nog niet is genoemd. Voor de volledige uitslag verwijs ik naar site van de bibliotheek Almelo. Daar vind je ook een link naar de 10 genomineerde gedichten. Winnaar werd Gertrüd Reinink uit Zwolle met het volgende gedicht:
Verborgen boodschappen
brood, courgette, sla en fruit
hoe jouw handen op mijn huid
nee: eieren, toiletpapier
en dat kuiltje ergens hier
focus: aubergine, prei
steeds liet ik je dichterbij
stop nu: peper, zout, azijn
het genot dat grenst aan pijn
help me: chocola en ijs
geheim verlangen heeft een prijs
geur van wijn en tandpasta
koude koffie en daarna
oja: koffie, bladerdeeg
laatste woorden, hoe je zweeg
maar weer zakdoekjes, twee pakken
allesreiniger, afvalzakken
heb ik alles wat ik zocht
ik zou je missen als het mocht
Voor wat betreft de inbreng van Het Vrije Vers: Maarten van Petersen werd negende, Niels Blomberg vijfde en Judith Nieken derde.
In het publiek zaten nog Han Marinus, Bart Adjudant en René Turk.