
Ik word verwelkomd door het woud
En door de bladerdos
Valt zonlicht als gefilterd goud
Zacht op het vochtig mos
Een vogel zingt vol overmoed
Hij brengt mijn ziel een blijde groet
Een vogel zingt
Een vogel zingt
En baadt zich in de zonnegloed
Ik word verwelkomd door het woud:
Het hoge bladerdak
Het wenken van het warme hout
Het buigen van een tak
Zij noden mij: ‘Verwijl en rust’
Ik word door droppels dauw gekust
Zij noden mij
Zij noden mij
Ik word door hen in slaap gesust
Ik word verwelkomd door het woud
Dat mij een bed bereidt
En voor mijn ogen openvouwt
Wijd ligt het uitgespreid
Hier rust ik uit van dood en doem
Ik sluimer weg met bijgezoem
Hier rust ik uit
Hier rust ik uit
Van Vrijeverzendichtersroem
Op het forum was dinsdag al een voorbeeld te zien van F. Woortmeyer en hier zie je hoe zo’n ding in elkaar steekt.
Het Trijaans refrein is weer een vinding van Jan Turner en het bestaat uit drie strofen van 9 regels.
De eerste regel van elke strofe is gelijk en om misverstanden te voorkomen luidt dit in de beschrijving aldus: “Regel 1 is gelijk in alle drie de strofen, hoewel een variatie van de vorm er uit bestaat dezelfde regel niet te herhalen in het begin van elke strofe. Met andere woorden, het begin van elke strofe kan verschillend zijn”.
Kijk, dat is duidelijke taal, daar houden wij van.
De eerste vier lettergrepen van regel 5 van elke strofe worden herhaald als dubbel refrein in regels 7 en 8.
Het rijmschema is ababccdec
Verwarrend is dat eerst gesproken wordt van lettergrepen en daarna van woorden voor de refreinregel.
Ik heb maar lettergrepen aangehouden.
Ook voor het metrum wordt gesproken over lettergrepen, waar uit de voorbeelden blijkt dat jamben worden gebruikt met uitsluitend mannelijk rijm.
Uitgaande van het aantal jamben is het metrum 4/3/4/3/4/4/2/2/4
Als ik terugdenk aan de tijd
dat ik, een vlotte vrije meid,
genoeg kreeg van de eenzaamheid,
dan heb ik spijt! Dan heb ik spijt!
Ik luisterde naar een vriendin.
Zij voelde zich een koningin
in eigen keuken en gezin.
Ik stonk erin! Ik stonk erin!
Er kwamen mannen op mijn pad
met wie ik liep of sliep of at
tot ik hem vond, mijn eigen schat:
het werd een L.A.T.! Het werd een L.A.T.!
Dat bracht veel schema’s met zich mee
Hij hield van koffie, ik van thee.
Toen kon ik nog terug, maar nee:
Ik werd gedwee! Ik werd gedwee!
Ik raak gewend dat wordt gesnauwd
dat hij mij wèl mooi onderhoudt
en zelf ons nestje heeft gebouwd.
Wat ging er fout? Wat ging er fout?
Relaties zijn een goocheltoer.
Mijn zus viel op zijn oudste broer.
Ik vroeg nog hoe zij het ervoer.
Zij vond hem stoer! Zij vond hem stoer!
Daar heb ik nooit iets van gesnapt;
alleen al hoe hij was gekapt:
Totaal verknipt! Maar aangepapt
en toegehapt! En toegehapt!
Mijn leven is een poppenkast
Gevieren wordt geklaverjast
gelinedanced, stiekem soms betast
Nu zit ik vast! Nu zit ik vast!
Ik zwoer hem trouw tot in de dood
niet wetend wat het leven bood.
Toen leek die eed mij niet te groot…
Gewetensnood! Gewetensnood!

Dit bundeltje met opwekkende strijdliederen werd in de Eerste Wereldoorlog uitgereikt aan onze jongens, die onze neutraliteit moesten verdedigen om de moed er in te houden.
Als ik de tekst van het onderstaande lied goed begrijp bestond vooral de veld-artillerie voornamelijk uit
zelfmoordterroristen.

Als kind is mij veel aangedaan
Ik werd gedwongen school te gaan
En moest ook gort naar binnen slaan
En levertraan! En levertraan!
Mijn jeugd was ik volledig kwijt
Aan inktlap, schrift en schoolbordkrijt
Toen volgde nog meer narigheid;
De puberteit! De puberteit!
En ook mijn diensttijd bleek een straf
Een hoop gebrul en gepiefpaf
Goddank kreeg ik geen heldengraf
Ik zwaaide af! Ik zwaaide af!
Ik werkte jaren stoer en stug
Als sjouwer bij het veem De Brug
Maar één keer bukte ik te vlug
O wee, mijn rug! O wee, mijn rug!
Nu zit ik in mijn scootmobiel
Dat heeft een lek in een ventiel
Mijn levensschets en mijn profiel
Snijdt door de ziel! Snijdt door de ziel!
De monotetra is ontwikkeld door Michael Walker.
Elke strofe (het aantal is onbeperkt) is vierregelig met rijmschema aaaa bbbb, enz.
Het metrum is vierjambig, in de laatste regel treedt een tweevoetige herhaling op die een versterkend weemoedig effect kunnen hebben (Ach, nimmermeer, ach, nimmermeer) of als ander versterkend middel kunnen dienen.

Uit de Oude Doos en toch actueel.
Een bundeltje uit het geboortejaar van Drs. P, 1919 met strijdliederen voor een pensioen voor iedereen op bekende wijsjes. Na de laatste regeringsmaatregelen kunnen we weer uit hartelust meezingen:
Het lichte vers mag dan weinig vrouwelijke beoefenaars kennen, het lichte lied heeft een heule goeie: Katinka Polderman. Het volgende filmpje werd uitgezonden op maandag 30 mei en is nu gelukkig ook via uitzendiggemist te bekijken:
Ach, de goeie oude tijd toen je, als je werkloos was, altijd nog met poëzie de kost kon verdienen.
Kom daar nu nog maar eens om.


Lekker toetje
Suiker, boter en noten
Even bruin braden
Een goede rum toevoegen
Gebakken banaan
Gebakje erop
Smullen maar!
Mjam!
Vooruit: nog een:
Prima schelpdieren
Niet te zoute sojasaus
Gemalen peper
Zoete saus met schelpdieren
Olie, specerij
Verrukkelijk zacht
Echt heerlijk!
Wow!
Joseph Spence sr. raakte op zijn reizen geïnspireerd door de exotische gerechten die hij tegenkwam en bedacht deze versvorm, die gerust de merkwaardigste genoemd kan worden die we op onze reis tegenkomen.
De epulaeryu gaat over eten. En alleen maar over eten.
Het bestaat uit 7 regels die respectievelijk 7/5/7/5/5/3/1 lettergrepen moeten bevatten.
Iedere regel staat apart en heeft het hoofdgerecht als onderwerp. De slotregels drukken de opwinding van de schrijver uit over het gerecht en het geheel eindigt dan ook met een uitroepteken.
Die rum toevoegen lijkt een goed idee, maar wat deze versvorm toevoegt blijft een raadsel.
O ja; het mag rijmen.
Dank je wel Joseph.
Jasperina de Jong beklaagt zich over de mishandeling van onze schone Nederlandse taal.
Tekst: Ivo de Wijs, muziek: Pieter Nieuwint
Verlos haar,
verlos uw ziel.
Zij is mijn ziel verwant
en gij zijt mijn ziels geliefde.
Geen woning kon mijn hart beschutten,
zoals gij hebt gedaan.
Ware ik dat huis,
gij zoudt mij bedekken met dauw.
Gij zijt de kalme bries,
gij verkwikt mijn ziel.
En onze Baath bloeit,
als een groenende tak.
Het medicijn geneest de kwaal niet,
maar de witte roos.
De vijand spande haar valstrikken
en drong aan,
al trof hén de blaam.
Hun plannen zijn vol hovaardij
en leegte.
Zij zullen slechts nederlaag kennen.
Wij vergruizelen hen,
zoals de roest het staal verslindt.
Zoals een zondaar
verteert wordt door zijn zonden.
Wij voelden geen zwakte,
onze deugden sterkten ons.
Onze eer bleef staande,
de metgezel van onze geest.
De vijand dwong vreemdelingen in onze zeeën,
maar hij die hen dient wordt gebracht tot wenen.
Wij ontbloten onze borst voor de wolven
en zullen niet sidderen voor het ongedierte:
de zwaarste beproeving treden wij tegemoet.
Wij slaan hen met Gods hulp terug,
hoe zullen zij de druk weerstaan?
Nooit hebben wij het volk verzaakt,
het in tegenspoed geleid.
Ik offer mijn ziel voor u en ons land:
bloed is goedkoop in benarde tijden.
Wij zullen nimmer knielen,
noch buigen bij de aanval.
Maar zelfs onze vijanden
betonen wij eer.
(vertaling Jaap van den Born)
Vorige week imam Khomeini op onze buitenlanddag; deze week blijven we in het Midden Oosten met een mooie psalm van Saddam Hussein, geschreven in de dodencel.